Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(art. 1374) en paste deze aldus toe, dat de crediteur, die in zulke sterk gewijzigde omstandigheden niettemin nakoming vroeg, in strijd handelde met de goede trouw. Een en andermaal is deze redeneering evenwel door den Hoogen Raad verworpen, met de motiveering, dat art. 1374 B. W. den rechter geenszins bevoegd maakt de tusschen partijen tot stand gekomen overeenkomst „in haar wezen te wijzigen of geheel ter zijde te stellen".1

Invloed van overmacht op de verplichtingen der tegenpartij.

§ 99. Overmacht heft de verplichting tot praestatie en tot schadevergoeding wegens niet-praesteeren, tijdelijk of blijvend, op. Met andere woorden: zij schorst of vernietigt de verbintenis, die door haar onmogelijk wordt gemaakt, doch niet het contract, waaruit deze verbintenis is gesproten. De wet laat zich, in het algemeen, niet uit over de uitwerking, die deze schorsing of vernietiging van een der verbintenissen kan hebben op de andere verplichtingen, welke de overeenkomst aan den debiteur of aan zijn tegenpartij oplegt. Ware niet de verbintenis, doch de overeenkomst het uitgangspunt der wettelijke regeling geweest2, dan ware wellicht ook dit punt opzettelijk onder de oogen gezien. In enkele op zich zelfstaande bepalingen heeft men een aanwijzing omtrent des wetgevers opvatting willen vinden. In de eerste plaats is als zoodanig vaak genoemd art. 1273, volgens welke bepaling bij een verbintenis tot levering van een zekere en bepaalde

1 Zie het arrest van 19 Maart 1926, W. 11488; N. J. 1926, 411; Hoetink n°. 83; voorts de arresten van 8 Jan. 1926, W. 11464; N. J. 1926, 203 en 12 Nov. 1926, W. 11593, N. J. 1927, 218. 27 Dec. 1930, W. 12241, N. J. 1931,243 en 26 Maart 1931, W. 12308; N. J. 1931, 669. Deze beslissingen hebben een vloed van litteratuur doen opkomen, waarin de beteekenis

' dezer beslissingen m. i. niet steeds goed is verstaan. Ik gaf de m. i. juiste interpretatie in W. P. N. R. n°. 3072, blz. 711. Verdere bespreking dezer arresten behoort niet hier thuis, doch bij de behandeling, van art. 1374. Ik wijs er alleen op, dat het voor de juiste opvatting van hun beteekenis noodig is vooral te letten op de hierboven, door mij, gecursiveerde woorden.

2 De Code Civil stelt wel, anders dan onze wet, bi] de regeling van het verbintenissenrecht het contract voorop, doch ontleent de stof weer aan het R. R., zooals dit was overgeleverd. Daarin is de actie steeds kern van het systeem en uitgangspunt van de theorie gebleven.

Sluiten