Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En slaagt hij daarin of blijft de eischer ten eenenmale in gebreke, dan is het gevolg, dat niet komt vast te staan, dat de geïncrimineerde handeling het karakter van een onrechtmatige daad draagt, of, anders gezegd, dat gedaagdes schuld niet is bewezen. In vele van deze vonnissen zal men dan ook te vergeefs naar het woord overmacht of een soortgelijke uitdrukking zoeken, al blijkt bij ontleding, dat toch eigenlijk met het daardoor aangeduide begrip is geopereerd. 1

§ 103. In welken vorm het onderzoek naar het bestaan van overmacht ook plaats vindt, dit verandert niets aan de bestanddeelen. 2 Het kan zijn, dat de onrechtmatige daad bestaat in een nalaten, zooals b.v. het geval zal zijn, indien men, ziende, dat een ander in levensgevaar verkeert, nalaat hem te helpen voorzoover dit mogelijk is, zonder zich zelf aan groot gevaar bloot te stellen. Wie echter, terwijl hij bereid was deze hulp te bieden, door een derde belet wordt aan dezen plicht der menschelijkheid 3 te

'Zie b.v. rb. Alkmaar 5 April 1923, N. J. 1923, 1323; Hof Arnhem 28 Dec. 1927, N. J. 1929, 306. Op grond der disculpeerende omstandigheden wordt daar beslist: geen schuld, dus geen onr. daad. Soms redeneert de rechter echter ook: hier is in 't algemeen een onrechtmatige daad gesteld en bewezen doch daartegenover werd overmacht bewezen. Zoo b.v. Hof Amsterdam 16 Maart 1932, N. J. 1932, 737 en rb. Rotterdam 16 Nov. 1932, N. J. 1933. 1218 (in deze beide beslissingen zijn echter ook sporen van den eerstgenoemden gedachtengang aan te treffen). Het komt er maar op aan, hoe de rechter voor zich zelf (in het vonnis doet hij het zelden uitdrukkelijk) de overtreden norm formuleert. Doet hij het zóó, dat hij daarbij ziet op wat in den regel het geval zal zijn (b.v. het beschadigen van eens anders eigendom is verboden), dan wordt daartegen een beroep op overmacht toegelaten, dat dan het karakter van een ,,fait d'excuse" krijgt. (B.v. een anders heining is omver gereden, omdat dit noodig was om het kind, dat geheel onverwacht uit een daarin aanwezig poortje kwam, niet te overrijden). Soms neemt de rechter het niet-bestaan van deze disculpeerende omstandigheden echter op in den door hem geformuleerden regel (b.v. het beschadigen van eens anders eigendom is verboden, indien dit niet geschied ter eerbiediging van een hooger belang). Dan is de afwezigheid van overmacht een element van de onrechtmatigheid. De eerste gedachtengang leid tot uitspraken als de laatstgenoemde; de laatste tot de in den aanvang van deze noot vermelde.

2 Ik ga thans niet in op de vraag of in sommige der artt. 1403 e. v. of wel in andere, bijzonderlijk geregelde, onrechtmatige daden, uit de wettelijke omschrijving mogelijk volgt, dat daarbij ook het overmachtsbegrip wijzigingen ondergaat. Dat dient bij die speciale bepalingen besproken.

3 In art. 450 Sr. trouwens uitdrukkelijk tot rechtsplicht gestempeld.

Sluiten