Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraag op, of het risicobeginsel mogelijk nog op anderen grondslag gefundeerd kon worden, dan op* een analogie met het contractenrecht. Een bevestigend antwoord scheen aanvankelijk moeilijk. De grondvorm van de onrechtmatige daad is het strafrechtelijke delict. Op de mogelijkheid, dat aan het strafrecht ontleende theorieën hier met vrucht zouden kunnen worden toegepast werd dan ook hierboven — voor een bepaald punt — gewezen. Maar voor de toepassing van het risicobeginsel was deze analogie met het strafrecht overigens juist een beletsel. Ons strafrecht is immers geheel op het schuldbeginsel opgebouwd en heeft zich ook geheel in die richting ontwikkeld.1 Om dus nietteminaan de risicogedachte, ook bij de onrechtmatige daad, een plaats te kunnen inruimen, moest men zich eerst de zienswijze eigen maken, dat er groot verschil bestaat tusschen de civielrechtelijke - onrechtmatige daad en het strafrechtelijke delict. Bij het laatste is de geestesgesteldheid en de persoonlijke gezindheid van den dader grondslag der strafrechtelijke reactie; in het civiele recht treedt de persoonlijkheid van den dader op den achtergrond, is zelfs de daad op zich zelf van minder belang 2, doch gaat het om een vraag, die in het strafrecht van minder belang is, de vraag n.1., wie de schade zal dragen, door de handeling veroorzaakt. Eerst als men van deze, overigens zeer eenvoudige, waarheid is doordrongen, staat de geest open voor de opvatting, dat bij de bepaling van de aansprakelijkheid in het civiele recht geheel andere overwegingen kunnen gelden, dan in het strafrecht. Eerst dan komt men tot een onbevooroordeeld onderzoek van de vraag, in hoeverre dergelijke overwegingen van anderen aard, waarin dan ook het risico een rol kan spelen, reeds thans in onze wetgeving zijn neergelegd, dan wel in hoeverre onze tegenwoordige wetgeving voor toepassing daarvan ruimte laat.

middel, dat gebruikt werd om de onbevredigende uitkomsten der „inspanningstheorie" te corrigeeren. Men rekte het schuldbegrip op onredelijke wijze uit en achtte „schuld" aanwezig ook in gevallen, waarin niemand op den dader eenigen blaam zou leggen.

1 Men denke aan het toelaten van het beroep op afwezigheid van schuld bij overtredingen.

2 Brengt zij geen schade toe, dan is zij meestal civielrechtelijk irrelevant ; een mislukte poging tot inbraak geeft geen recht op schadevergoeding, daar er geen schade is.

Sluiten