Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 119. Partij afspraken kunnen dit alles wijzigen. Of zij art. 19 der muntwet geheel buiten werking zouden kunnen stellen.schijnt mij twijfelachtig. Er is zeker veel voor te zeggen dit artikel van openbare orde te achten. Doch er is m. i. geen reden om te meenen, dat partijen niet overeen zouden kunnen komen, dat de voldoening der schuld b.v. alleen in bankpapier of gouden tientjes kan plaats vinden.1

Verlies van het recht, zich op onvoldoende betaling te beroepen.2

§ 120. Eene praestatie, welke niet voldoet aan alle eischen, welke de schuldeischer krachtens den inhoud der verbintenis mag stellen, staat gelijk met géén praestatie. Wordt zoo'n praestatie aangeboden, dan kan hij die eenvoudig weigeren; heeft hij de goederen reeds ontvangen, dan kan hij ze, als hij later de gebreken ontdekt, terugzenden of ter beschikking van den debiteur stellen. In het eene zoowel als in het andere geval kan hij daarna nakoming en (of) schadevergoeding vorderen; somtijds — bij verbintenissen die in wederkeerige overeenkomsten hun oorsprong hebben — ook ontbinding vragen. Dat alles is hierboven reeds uiteengezet (Hoofdstuk IV en VI). Het kan eindelijk ook zijn, dat de kooper zich op ondeugdelijke levering van den verkooper beroept om een vordering tot betaling af te weren.

Vaak echter hoort de crediteur, die de aangeboden ondeugdelijke waren reeds in ontvangst heeft genomen, zich door zijn tegenpartij toevoegen, dat hij zijn recht, om zich over den ondeugdelijken toestand van het geleverde te beroepen, heeft verloren, omdat hij „niet tijdig heeft gereclameerd" of de goederen heeft „aan-

keuze dan het gevolg verbindt, dat daardoor de omrekeningskoers wordt gefixeerd. Zoodoende breidt men evenwel m. i. art. 19 ver buiten zijn strekking uit.

1 Uit dit oogpunt is m. i. ook de z.g. goudclausule te bezien. Zij is m. i. niet in strijd met onze muntwet. (Anders: Schoeten in W. P. N. R. 2753)- Iets anders is of niet de kans groot is, dat de wetgever op een gegeven oogenblik, als het geld in waarde sterk is gedaald, een streep door dergelijke clausules zal halen. Veel beter acht ik daarom de z.g. goudwaardeclausule. Zie daaromtrent W. P. N. R. 3254 en 3255.

2 Zie over het in deze § behandelde het artikel van C. Weststrate, Rechtsverwerking in R. M. 1930 blz. 437 e. v. en de dissertatie van Mr. A. Büciienbacher, Rechtsverwerking.

Sluiten