Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stitutie van het geleverde zou verplichten. Nakoming door levering van betere waren en ontbinding der overeenkomst zijn dus beide uitgesloten. Ook kan hij niet met een beroep op de ondeugdelijkheid van het geleverde weigeren te betalen.1 Wat echter mogelijk blijft, is het vragen van schadevergoeding. 2 Anders gezegd: hij kan zijn beroep op ondeugdelijke levering niet meer doen in den vorm van een verweer tegen den eisch tot betaling, doch kan wel een reconventioneele vordering tot schadevergoeding instellen. Dat is niet alleen een quaestie van vorm, doch ook van belang voor den bewijslast. Kan hij in de tegen hem ingestelde vordering tot betaling het verweer voeren: „wat gij hebt geleverd, deugt niet", hij zou daarmede op den eischer het bewijs leggen, dat deze deugdelijk geleverd had. Nu dat niet meer gaat, doch hij zijnerzijds als eischer moet optreden tot het verkrijgen van schadevergoeding, zal hij — geheel overeenkomstig den regel van art. 1902 — zelf ook moeten bewijzen, dat, zooals hij stelt, niet deugdelijk geleverd is.

§ 123. Een verplichting tot het afgeven van een quitantie wordt hem, die betaling ontvangt, in de wet nergens opgelegd. Toch zijn schrijvers en rechtspraak vrijwel eenstemmig van oordeel, dat de schuldeischer daartoe verplicht is, althans indien de betaling in de voldoening van een som geld bestaat. 3 Voor de uit overeenkomst geboren geldschulden kan men dit fundeeren op het gebruik (art. 1375). Bij de betaling van geldschulden, die niet uit overeenkomst zijn ontstaan, laat deze motiveering ons echter in den steek.

T. a. v. verbintenissen, die tot het geven van iets anders dan geld bestaan en op een contract berusten, zal eveneens het gebruik beslissen. 4

1 Ook niet ten deele. De rechter bezit niet de macht om den tusschen pp. overeengekomen prijs door een anderen te vervangen.

Een enkele maal is anders geoordeeld of althans een beslissing gegeven, die feitelijk daarop neerkomt. Zie rb. 's-Hertogenbosch 13 Juni 1913. N. J. 1913, 1205.

2 Ware in het doorverkoopen of verwerken een goedkeuring, of afstand van reclamerecht, gelegen, dan zou natuurlijk ook het recht om schadevergoeding te vragen verloren zijn.

3 Diephuis X, blz. 505, wijkt ten deze af; aarzelend schijnt LANDLOHMAN blz. 387 noot 5.

4 Wie een stoel ter reparatie aan den meubelmaker afgeeft, vraagt geen recu bij de afgifte en geeft er geen bij de terugbezorging. Doch wie met een restaurateur van schilderijen een overeenkomst aangaat tot het restaureeren van een kostbaar stuk, zal bij de afgifte een recu krijgen en bij de ontvangst ook daarvan een bewijs afgeven.

Sluiten