Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door elke andere. Art. 1434 neemt nu het bestaan van zoo'n overeenkomst aan, indien de schuldenaar een kwijting heeft aangenomen, inhoudende, dat het betaalde bedrag gestrekt heeft om een daarbij aangeduide schuld af te doen. Tegenbewijs is, blijkens het slot van het artikel, slechts mogelijk voor den schuldenaar, die bewijst, dat het aannemen dezer quitantie het gevolg is geweest van „bedrog of verrassing".

Onder het „aannemen" van een dergelijke quitantie zal men zeker iets meer moeten verstaan, dan dat de debiteur een kwijting van dezen inhoud in de hand heeft genomen om haar na te lezen. Aannemen zal hier beteekenen „vrijwillig aannemen met kennis van den inhoud." Dan is ook begrijpelijk, waarom aan het slot van het artikel niet een uitzondering is gemaakt voor het geval van dwang.

Is er eindelijk met behulp van de gebleken of onderstelde part ijbedoeling niet een schuld aan te wijzen, die vóór de anderen geacht moet worden te zijn gekweten, dan geeft ten slotte de wet zelf in art. 1435 een stel imputatieregels, waardoor voor dit doel een rangorde tusschen de verschillende schulden wordt aangebracht. Men bedenke echter steeds, dat dit artikel slechts van aanvullend recht is en dus moet wijken voor de afspraken der partijen.

§ 126. Subrogatie.1 Indien een derde de verbintenis gekweten heeft, kan deze, in sommige gevallen, in de rechten treden, welke de schuldeischer tegenover den schuldenaar heeft. De verbintenis is dan alleen gekweten in dien zin, dat de vroegere schuldeischer geenerlei vorderingsrecht meer bezit. Voor hem is echter de derde in de plaats getreden en de debiteur blijft tot praestatie verplicht. Alleen in den persoon van zijn tegenpartij is een verandering ingetreden. De subrogatie is dus een instelling van ons recht, welke mogelijk maakt — in sommige gevallen rechtstreeks beveelt — dat wijziging in den persoon des schuldeischers wordt gebracht, en wel, op één geval na 2, zonder dat de schuldenaar daarin be-

1 Niet te verwarren met de, ook wel „zakelijke subrogatie" genoemde zaaksvervanging, waarover men voor ons recht zie de dissertatie van G. E. Langemeijer, Zaaksvervanging; over de thans behandelde, persoonlijke, subrogatie zie men het proefschrift van Mej. M. W. Knap, Subrogatie en verhaal op mede-schuldenaren (1925).

2 Dit eene geval is dat van art. 14372 waar de in de plaatsstelling van den schuldenaar uitgaat; zie daarover hieronder.

Sluiten