Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betaling aanspreekt en dan, door zich op de z. i. geldig gedane consignatie te beroepen, de vordering bestrijden. Er kan echter geruimen tijd verloopen vóór op deze wijze een beslissing wordt verkregen. Daarom is den debiteur het recht gegeven met een vordering tot van-waarde-verklaring het initiatief te nemen tot het verkrijgen van een rechterlijke uitspraak. In het B. W. wordt die mogelijkheid slechts terloops vermeld in de artt. 1445 en 1447. Nader geregeld is zij in art. 796 Rv. Eeidt zij tot een voor den debiteur gunstige beslissing, dan staat door een rechterlijke gewijsde vast, dat de consignatie hem inderdaad bevrijdde. Of men mag zeggen, dat reeds door dit vonnis den eigendom der geconsigneerde goederen aan den crediteur wordt overgedragen, schijnt twijfelachtig, maar in ieder geval verliest de debiteur het recht om het geconsigneerde weer op te vragen (art. 1445), zoodat nadien de crediteur de eenige is, die afgifte vragen kan. Het recht van den crediteur op het geconsigneerde is dan onaantastbaar geworden; borgen zijn bevrijd, hypotheken en pandrechten definitief vervallen.

III. SCHULDVERNIEUWING.1

§ 138. Twee personen, die een overeenkomst hebben aangegaan, kunnen later overeenkomen, die door eene andere te vervangen. De tweede overeenkomst strekt dan niet alleen tot het scheppen van nieuwe verbintenissen, zij doet ook de andere te niet gaan. Zulke overeenkomsten komen dagelijks voor. Gij hebt b.v. bij een winkelier iets besteld, dat deze u zal leveren. Even later telefoneert hij, dat hij het toegezegde niet meer in voorraad blijkt de hebben en vraagt U, of hij, in plaats van het goed, dat het voorwerp der eerste overeenkomst vormde, iets anders mag leveren, dat tot hetzelfde doel kan dienen. Of omgekeerd, gij hebt met een garagehouder afgesproken, dat hij U een open auto zou zenden, doch vraagt hem later, in plaats daarvan een gesloten

1 Zie hierover, naast de oude, doch nog steeds goede dissertatie van Phieipson, Over Schuldvernieuwing (1856) en het proefschrift van B. P. Gomperts, Schuldvernieuwing en Schuldoverneming (1912), vooral de artikelen van Naber, Schuldvernieuwing en Schuldoverneming in Weekblad voor het Notariaat nos. 519 e. v.

Sluiten