Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf hypotheek verleende.1 Toch is er reden tot twijfel, gelegen in art. 1459. Indien van twee hoofdelijk verbonden schuldenaren de eene bovendien een hypotheek heeft gegeven en tusschen den ander en den crediteur een schuldvernieuwing tot stand komt, dan kan daarbij die hypotheek niet worden voorbehouden. Als dat niet mogelijk is, zou dan wèl een voorbehoud mogelijk zijn ten opzichte van een hypotheek, door een derde, die toch in mindere mate gehouden is dan een hoofdelijke mededebiteur? Dat schijnt moeilijk aan te nemen. Vooral indien men bedenkt, dat die derde dan ook verbonden zou kunnen blijven voor een ander dan dengene, voor wien hij zich oorspronkelijk verbonden heeft en die wellicht veel minder solvabel is, 2 terwijl de solidaire debiteur van den aanvang af er in heeft toegestemd gebonden te zijn met zijn mededebiteur, die de schuldvernieuwingsovereenkomst sluit. Toch zou de door den laatste gegeven hypotheek niet, de door den derde gegeven hypotheek wèl kunnen worden voorbehouden? 3

1 In het geval van delegatie, figuur II en III, zal A echter nooit ter versterking van de verbintenis C—A recht kunnen verkrijgen op een hypotheek ten behoeve der schuld C—B gesteld. Dat zou immers niet meer zijn „voorbehouden" van een hypotheek, doch beslag leggen op een hypotheek ten bate van een ander ingeschreven.

2 Sommige auteurs (zoo b.v. Land-Lohman blz. 445) zijn dan ook van oordeel, dat voorbehoud van hypotheek, door een derde verleend, slechts mogelijk is inet toestemming van dien derde. Dat is echter een eisch geheel buiten de wet om, die alleen van een „voorbehoud" gewaagt, doch dat ook voldoende acht.

3 Men zie over deze vragen Gomperts A. W. blz. 53 e. v., die (blz. 59), op grond van de geschiedenis der wetsbepalingen aanneemt, dat art. 1459, recht tegengesteld aan wat er staat, toelaat voorbehoud van de hypotheek, die volgens dit artikel te niet gaat, mits de mededebiteur, welke deze hypotheek gaf, daarin toestemt. Van zelf volgt daar dan uit, dat voorbehoud van hypotheek door derden op hun goederen gegeven eveneens mogelijk is, mits met hun toestemming. Ik kan dit niet aannemen, daar men door de toestemming van den derde (of van den mededebiteur) te eischen een eisch stelt, waarvan in de wet niets te vinden is, terwijl dit geheele systeem met de uitdrukkelijke woorden van art. 1459 in strijd is.

Sluiten