Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„met gesloten beurzen betalen". De beide schulden „wegen tegen elkander op." Men laat ze daarom tegen elkaar wegvallen.

Wat de praktijk van het dagelijksch leven invoerde is door het recht gesanctioneerd. De geschetste gang van zaken wordt onder den naam van compensatie1 in de vierde afdeeling van den vierden titel als een wijze .van te niet gaan van verbintenissen erkend en geregeld.

§ 150. De erkenning van de compensatie als afzonderlijke wijze van het te niet gaan van verbintenissen deed echter een andere vraag rijzen. Het kan voorkomen, dat een der partijen niet in staat is zijn crediteuren ten volle te bevredigen. Zijn crediteuren hebben in dat geval slechts recht op een verdeeling van de activa des debiteurs ponds-pondsgewijze. Is een hunner nu tevens aan den, al dan niet officieel, gefailleerde een bedrag schuldig en wordt dezen crediteur-debiteur toegestaan zich op compensatie te beroepen, dan wordt hem, in strijd met het beginsel van art. 1178 B. W., feitelijk het bedrag van zijn vordering ten volle voldaan en wordt hij, op kosten van zijn mede-crediteuren, boven deze bevoordeeld. Hoewel aan de vordering van dezen crediteur geen voorrecht verbonden was, leidt het toestaan der compensatie, in dit geval, tot een feitelijke bevoorrechting, welke niet steunt op de artikelen 1185 e. v., welke ook niet, gelijk met de daar omschreven wettelijke voorrechten wèl het geval is, verband houdt met den aard der schuld en welke evenmin voor derden kenbaar is, zooals met de conventioneel gevestigde voorrechten (pand en hypotheek) het geval is. Het is dan ook geen wonder, dat steeds opnieuw verzet is gerezen tegen compensatie in dergelijke gevallen. Toch laat de wet haar toe. Nadrukkelijk doen dit de artt. 53 en 56 der f aillissementswet.2 De rechtspraak trekt de daar aangegeven lijn door en neemt b.v. ook aan, dat schulden van en aan een beneficiair aanvaarden boedel elkaar door compensatie opheffen. 3

1 Onze wet spreekt ook wel van „schuldvergelijking", een weinig gelukkige uitdrukking, die ik daarom liever niet gebruik.

2 Al is de daar gegeven regeling niet geheel dezelfde als die, welke buiten faillissement geldt. Zie Moeengraaff, Leidraad II blz. 1034 e. v.

3 H. R., 9 Maart 1888, W. 5530. Indien evenwel de vordering op dien boedel na de beneficiaire aanvaarding is verkregen, gaat, volgens den H. R. een beroep op compensatie niet op. Art. 38a K. sluit thans bij de storting op aandeelen eener N. V. alle beroep op compensatie uit. Vroeger trad deze ook hier in. Zie H. R. 7 Nov. 1929, W. 12058, N. J. 193°. 5-

Sluiten