Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beperkte mate te niet gaat door compensatie met vorderingen, welke de werkgever op den arbeider mocht hebben. Wat het overheidspersoneel betreft, op welks dienstverband de bepalingen betreffende de arbeidsovereenkomst niet toepasselijk zijn (art. 16372 B. W., art. 1 Ambtenarenwet), wordt deze materie geheel afzonderlijk geregeld — onder den naam „inhouding" — in de artt. 116 en 119—122 der ambtenarenwet. Inhouding kan in bepaalde gevallen plaats hebben, zegt deze wet. Of dit zal moeten geschieden is overgelaten aan de beslissing van het overheidsovergaan. Van een werking ipso jure is derhalve bij deze dienstverhouding geen sprake. Verder is daar — evenals bij het arbeidscontract — geregeld, voor welke schulden en tot welk deel der bezoldiging of pensioen inhouding mogelijk is.1

§ 156. Publiekrechtelijke schulden. Kan men zich ook tegenover den Staat of een zijner onderdeden, die rechtspersoonlijkheid bezitten, op compensatie beroepen? 2 Men onderscheide. Zijn beide vorderingen van privaatrechtelijken aard, dan zal de compensatieregel ook hier werken. Indien b.v. de Staat, als eigenaar van een omvergereden lantaarnpaal van een roekeloozen autobestuurder schadevergoeding vraagt, zal deze zich zeker op compensatie mogen beroepen, indien hij, b.v. uit aanneming van werk, een tegenvordering op den Staat kan doen gelden.

Anders is het evenwel, indien de Staat als overheid optreedt, m. a. w. een krachtens overheidsgezag opgelegde praestatie, b.v. een belastingschuld, invordert. Onverschillig of men een tegen-

1 Merkwaardig is bij deze regeling, dat hier ook inhouding mogelijk is verklaard ten bate van andere publiekrechtelijke lichamen, dan die welke de inhouding verrichten. Zoo kan b.v. krachtens art. 1162 op het pensioen van een oud-gemeenteambtenaar, dat wordt uitbetaald door een rijksinstelling, het Pensioenfonds, worden ingehouden, hetgeen die ambtenaar aan zijn werkgever, de gemeente, verschuldigd is en bepaalt art. 1163 A. W., dat een publiekrechtelijk lichaam, dat voor een ander belasting int, zich tevens als crediteur van die belastingpenningen mag beschouwen, zoodat het Rijk, van een rijksambtenaar een gemeentebelasting invorderend, dit mag doen door middel der inhouding. Zoodoende wordt de compensatie tot een executiemiddel ten bate van derden uitgebreid.

2 Zie daarover Stjyeing ii, blz. 411, noot 1, en van Praag, Op de grenzen van publiek en privaatrecht blz. 37 e. v., zoomede de conclusie van den A.-g. Mr. Medeboer, vóór het arrest h. R. 11 April 1924, W. 11285 ; N. J. 1924, 646.

Sluiten