Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den eischer wordt betwist, zoodat eerst een langdurige bewijsvoering zou kunnen aantoonen of de gedaagde zich hier inderdaad op tenietgaan der schuld door compensatie mocht beroepen. Zoo'n tegenvordering moge dan, zooals mogelijk na een lang proces zal blijken, in materieelen zin liquide zijn, voorloopig staat dat niet vast. Eerst een proces kan daarover licht ontsteken. Zulke vorderingen noemt men daarom processueel illiquide. Theoretisch moge een duidelijk aanwijsbaar verschil bestaan tusschen de gevallen van materieele en van processueele liquiditeit, praktisch maakt het niet veel verschil of de tegenpartij zich op het bestaan van een tegenvordering beroept, welks eindcijfer nog moet worden bepaald, dan wel of hij met veel stelligheid een bepaald bedrag noemt, doch de eischer grond meent te hebben de juistheid van dat bedrag of de grondslag der tegenvordering te betwisten. Het is dan ook geen wonder, dat de praktijk de gevallen van materieele en die van processueele liquiditeit steeds over een kam heeft geschoren en t. a. v. beide groepen het standpunt heeft ingenomen, dat zij niet tot compensatie kunnen leiden. En de praktijk heeft, gelijk bij de bepalingen betreffende de compensatie zoo vaak het geval is geweest, ook in dit opzicht het pleit gewonnen. Een eeuwenoude traditie had aan den eisch der „liquiditeit" 1 een bepaalde beteekenis gegeven toen men dien eisch, ook in ons wetboek, ging stellen. De rechtspraak heeft bij ons dan ook niet geaarzeld, en acht, zoowel ingeval van processueele als van materieele illiquiditeit, een beroep op compensatie uitgesloten. 2

§ 160. Bepaalden aldus de eischen der praktijk het begrip der liquiditeit, ook bij de toepassing wordt — in overeenstemming met het doel der bepaling — minder gelet op een logische uitwerking van het begrip, dan wel op het bereiken van een practisch resultaat.

Niet ieder verweer, dat t. a. v. de in compensatie gebrachte tegenvordering wordt geopperd, leidt den rechter tot een ont-

1 Dat „voor dadelijke vereffening vatbaar" inderdaad niets anders beteekent dan „liquide", blijkt uit liet wetboek van 1830, dat in zijn Nederlandschen tekst de eene, in zijn Franschen tekst de andere uitdrukking bezigde.

2 Zie b.v. arrest H. R. 2 Januari 1925, W. 11425; N. J. 1925, 345.

Sluiten