Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechten van derden zullen worden verkort. Een bankier bedingt b.v. vaak van zijn debiteur, dat deze al zijn vorderingen door den bankier zal doen innen. Het aan den debiteur verstrekte voorschot wil men dan door compensatie geleidelijk doen te niet gaan, zelfs al is dat crediet (nog) niet opzegbaar. Ook deze compensatie is echter aan de werking van art. 1470 onderhevig. Nadat beslag is gelegd, of het faillissement van den debiteur isv uitgesproken, zullen de door den bankier geïnde bedragen niet meer tot het aangeduide doel kunnen strekken.1

§ 172. Facultatieve compensatie. Bij de bespreking van art. 14632 (§ 158, blz. 202 noot 2) werd er reeds, in navolging van Diephuis, op gewezen, dat de compensatie van rechtswege in dat geval bezwaarlijk kan worden aangenomen tegen den zin van partijen. Althans een hunner zal in dit geval den wensch moeten uitspreken, dat de beide ongelijksoortige schulden zullen worden gecompenseerd en daartoe in een geldschuld omgerekend. 2

Hetzelfde zal zich voor doen, indien de schulden niet op dezelfde plaats betaalbaar zijn. Aan compensatie staat dat niet in den weg, zegt art. 1468. Maar er zal dan een nadere verrekening moeten plaats hebben, waarbij pp. het over de kosten van overmaking eens moeten worden. Wie moet die kosten dragen? Natuurlijk hij, die zich tegenover een eisch tot betaling op compensatie beroept. Ook hier zal dus een aan de tegenpartij kenbaar gemaakt besluit, om te compenseeren met verrekening van overmakingskosten, moeten voorafgaan. Ook hier zal men dus een afwijking van den in art. 1462 uitgesproken regel moeten aannemen.

1 Zie H. R. 22 Maart 1918, W. 10266; N. J. 1918, 486, rb. Amsterdam 25 Maart 1927, N. J. 1928, 579 en 4 Febr. 1927, N. J. 1928, 612.

2 Dat de wet hier spreekt van „kunnen in vergelijking worden gebracht" zou nog niet van voldoende beteekenis zijn, om hier, in tegenstelling met wat regel is, de ipso-jure-werking der compensatie uitgesloten te achten. Die wijze van uitdrukking treffen wij immers ook in andere artikelen aan, waarin men, naar wij zagen, dien regel toch heeft gehandhaafd (zie hierboven b.v. bij art. 1470). Doch de Fransche tekst bevestigt in dit geval, de opvatting, die eigenlijk al voor de hand ligt. Terwijl elders steeds gesproken wordt van twee schulden, die ,se compensent" gebruiken zoowel de C. C, als de Fransche tekst van ons wetboek in dit geval een andere uitdrukking en spreken beide van „peuvent se compenser".

Sluiten