Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij krachtens erfrecht in de plaats van den schuldeischer treedt? Dat zal van de onderlinge verhouding der mededebiteuren afhangen. Was de debiteur-erfgenaam inderdaad de schuldenaar en had de ander zich slechts tot zekerheid als hoofdelijk mededebiteur verbonden, dan gaat de schuld te niet. Is het omgekeerde het geval, dan zal degene, die zoowel erfgenaam als debiteur is, de geheele schuld van zijn mede-debiteur mogen opvorderen. Zijn zij eindelijk krachtens de tusschen hen bestaande rechtsverhouding ieder voor een deel schuldenaar en hebben zij zich, voor het gemak van den schuldeischer, beiden voor het geheel aansprakelijk gesteld, dan mag de mede-debiteur, die tevens schuldeischer werd, van zijn mede-debiteur dat deel der schuld vorderen, dat krachtens de onderlinge verhouding te diens laste zou komen. Datzelfde zou deze laatste hem immers moeten voldoen, indien hij zelf de schuld betaald had.

VI. KWIJTSCHELDING.

§ 175. Wat kwijtschelding is, wordt in de zesde afdeeling, die zich met dezen vorm van het te niet gaan bezig houdt, niet gezegd, alleen eenige gevolgen en bewijsvragen worden hier gekegeld. Het begrip kwijtschelding zelve wordt bekend ondersteld. Dat kon de wet ook gerust doen. Iedereen weet toch, dat onder kwijtschelding is te verstaan het vrijwillig en definitief opgeven van zijn recht door den crediteur.

Evenmin wordt bepaaldelijk gezegd, hoe kwijtschelding tot stand komt. En — anders dan t. a. v. het vorige punt — over deze vraag bestaat tusschen de rechtsgeleerden aanmerkelijk verschil van meening. Sommigen meenen, dat kwijtschelding kan tot stand komen hetzij door een overeenkomst, hetzij door een eenzijdige verklaring des schuldeischers. Anderen houden vol, dat kwijtschelding uitsluitend contractueel kan tot stand komen. Dit verschil van opvatting leidt tot zeer verschillende gevolgen bij de toepassing.

Indien een overeenkomst noodig is, zal een kwijtschelding eerst tot stand komen en bindend zijn op het oogenblik, waarop beide partijen het blijken eens te zijn. Eerst dan zal de schuld dus ook te niet gaan. Een te voren gedane uitspraak van den schuld-

Sluiten