Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar de geesten beheerscht. Bij ons gold die nooit zoo sterk, wenscht men iets sterker bewijs. Men steunt zich dan wel op de met onze artikelen 1476 en 1478 correspondeerende artikelen 1285 en 1287 C. C. In deze laatste artikelen nu wordt gesproken van „la remise ou décharge conventionelle" en met betrekt dan het adjectief „conventionelle" zoowel op remise als op décharge. Daarbij ziet men evenwel over het hoofd, dat deze opvatting, reeds t. a. v. den C. C. betwistbaar \ geen kracht heeft voor de uitlegging van de artikelen 1475 en 1478 B. W., omdat deze artikelen niet zijn een eenvoudige vertaling van de correspondeerende Fransche. Integendeel zij zijn gewijzigd en juist zoo gewijzigd, dat in onze artikelen de woorden „bij overeenkomst" alleen op „ontslag" en niet ook op „kwijtschelding" kunnen terugslaan 2.

Het is trouwens merkwaardig, dat de voorstanders van de contractsleer met hun eigen eisch zoo weinig ernst maken. Strikte handhaving van den eisch, dat een overeenkomst moet tot stand zijn gekomen, zou trouwens in vele gevallen een onmogelijk te leveren bewijs vereischen. In de praktijk zal immers zoo'n overovereenkomst zelden met bewustheid worden gesloten, tenzij de kwijtschelding een onderdeel van een meer uitvoerig contract is. En ook de Romanisten hebben daarom van oudsher hun eisch verzacht, door zeer gemakkelijk een stilzwijgende kwijtschelding aan te nemen.3

§ 176. Kwijtschelding is, daarover is men het eens, niet aan eenigen vorm gebonden. Het resultaat moge vrijwel hetzelfde zijn, als door een schenking kan worden bereikt, het, groote verschil

1 Immers, dat het adjectief zoowel op décharge als op remise terugslaat is een tamelijk willekeurige stelling, die slechts evident juist is voor hem, die reeds op andere gronden overtuigd is, dat een kwijtschelding alleen contractueel kan tot stand komen.

2 En dat dat verschil niet aan een min of meer onhandige vertaling van den C. C. te danken is, blijkt uit het feit, dat ook de Fransche tekst van ons wetboek anders luidde dan de C. C. en geheel met de Hollandsche lezing overeenkwam. Toegelicht is de wijziging niet. We kunnen dus alleen, doch moeten ook, rekening houden met het feit, dat deze wijziging werd aangebracht.

3 Zie Pothier § 608 e. v. Ook Suyeing gaat dien kant uit. (Suyeing II 11". 267, zie vooral noot 2 op blz. 423).

Sluiten