Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

looft. Wel zal de voogd de schade hebben te vergoeden, door den minderjarige dientengevolge geleden; de transactie zelve blijft echter onaangetast. 1

Aan het andere einde van de reeks staan die gevallen, waarin een handeling van rechtswege tegenover iedereen nietig is en iedereen ook op die nietigheid een beroep mag doen. Men denke aan de overeenkomst zonder geoorloofde oorzaak; de schenkingsovereenkomst, niet in een authentieke acte vastgelegd; de in art. 46 K. geregelde nietigheid van het besluit der algemeene vergadering van een N. V.2 Hier zal een ieder het er voor mogen houden, dat die handeling niet geschied is. Zij bestaat niet en heeft dus ook geen gevolg.3

Daar tusschen in staan allerlei overgangsvormen. Art. 43 der Geldschieterswet brengt een aanmerkelijke beperking aan in de gevolgen, welke de nietigheid der in art. 42 dier wet verboden bedingen zou hebben. Dit is een beperking van den omvang der — in beginsel — volstrekte nietigheid, die er eigenlijk op neer komt, dat aan de gesloten overeenkomst door de wet een anderen inhoud wordt gegeven, dan partijen bedoelden. Hier moest de geldopnemer tegen den geldschieter beveiligd worden. In andere gevallen zijn de eischen, waaraan niet is voldaan, echter gesteld

,^A,rnSt ?' R' \5 Januari IQ25. W. 11352; N. J. 1925, 374. Over de verschillende gevolgen, welke overtreding door den voogd van de hem gegeven voorschriften hebben, zie men mijn noot onder H R 21 April 1933. W. 12611. Over de gevolgen van de zuivere aanvaarding door een voogd van een den minderjarige opgekomen erfenis bestaat in rechtspraak en litteratuur veel verschil van gevoelen. Zie Asser-Schoi/TEN I blz 460 en ASSER-MEYERS (2 druk) blz. 238 en de vonnissen van de rb te Utrecht van 20 Juli 1927, N. J. 1929, 977 en 1 Februari 1932, N. J. 1933,

JLZE 1 " Md, I9?X' W- I2349; N- J- I93L 857. De nietigheden van besluiten van alg. ledenvergaderingen (meestal besproken in verband met de N.V., in het bijzonder met art. 46a K.) leveren een aantal bijzondere vragen op, waarop hier niet kan worden ingegaan Zie daarover m het algemeen WesïstraTE in N. J. B. 1930 blz 549

Men preciseert deze gevolgen vaak door te zeggen,' dat deze gebreken met door bekrachtiging of bevestiging kunnen worden verholpen en dat ook verjaring dit gebrek niet kan doen vervallen. Men bedenke echter dat de wet ook hier uitzonderingen kent. Art. 1931 laat in een bepaald geval bekrachtiging van een nietige schenking toe, art. 46a K. bevat een tijdsbepaling. Of vernietigende verjaring geheel zonder invloed blijft is ook nog met zoo zeker, nu deze ook loopt ten gunste van hem die te kwader trouw is (art. 2004). Over dit laatste punt zie men Capitant In roduction a 1'etude du droit civil, blz. 324.

Sluiten