Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het belang van derden. Dan blijft de overeenkomst tusschen partijen geldig, doch derden kunnen haar bestaan ignoreeren. Niet ingeschrven huwelijksvoorwaarden zijn van kracht tusschen de echtgenooten, doch hunne crediteuren kunnen bij het invorderen van hun schulden handelen, alsof deze overeenkomst niet bestond en alsof er dus algeheele gemeenschap van goederen was tot stand gekomen (art. 207). Handelingen, die de rechten van schuldeischers opzettelijk verkorten, kunnen door deze schuldeischers worden genegeerd, doch blijven, zoo neemt men aan, tusschen de handelende partijen hun kracht behouden.1 Tegenover de volstrekte of absolute nietigheid, die wij b.v. bij de overeenkomst met ongeoorloofde oorzaak aantroffen, vinden wij hier dus een nietigheid, die slechts met betrekking (in relatie) tot sommige personen bestaat en daarom relatieve nietigheid wordt genoemd2.1 Ten aanzien van den een nietig, blijft de handeling ten aanzien van den ander hare volle kracht behouden.3

§ 181. Men zegt vaak, dat de absolute nietigheid in het algemeen belang wortelt en strekt om de algemeen erkende grondslagen van onze samenleving te beschermen. De relatieve nietigheid heeft in dien gedachtengang dan een andere functie en dient ter bescherming van bepaalde personen. Bij absolute nietigheid

""Duidelijk is dit gezegd in de M. v. T. op de Faillissementswet, bij welke gelegenheid art. 1377 B. W. tevens is gewijzigd. Zie TiEEEMAN A. W., blz 72 T\

2 TiEEEMAN die zijn indeeling uitsluitend opbouwt op de tegenstelling nietigheid van rechtswege — vernietigbaarheid — weet met deze relatieve nietigheid geen weg, zeker niet als deze zonder rechterlijke tusschenkomst bestaat Dat komt er van, als men niet inziet, dat hier inderdaad twee criteria zijn, die ieder tot een eigen indeeling leiden. Toch kan TiEEEMAN feitelijk het bestaan der relatieve nietigheid niet ontkennen, doch geeft haar dan den naam niet-opposabiliteit, hetgeen slechts m woorden

verschil maakt. ,

3 De bewoordmgen van de wet geven geen uitsluitsel over de vraag of een nietigheid absoluut dan wel relatief is. Vooral bij dit onderwerp treft men een doellooze en verwarring-stichtende verscheidenheid van uitdrukkingen aan. Men vergelijke maar eens de zeer verschillende wuze waarop de wet zich uitdrukt in de artt. 337, 338, 339, 344*. 384. 1357—59,

1^71 l6^75 I7I9. l888. .

Of' men met een volstrekte dan wel met een betrekkelijke nietigheid te doen heeft, zal soms wel uit de wet blijken. Als regel zal echter moeten gelden dat zij ten gunste van iedereen werkt, dus volstrekt, indien niet blijkt, 'dat slechts bepaalde personen zich op de nietigheid kunnen beroepen.

Sluiten