Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indien men, zooals niet zelden geschiedt, ook déze tegenstelling met de woorden absolute en relatieve nietigheid aanduidt. Wij zullen dit dan ook vermijden en ter aanduiding van deze tegenstelling ons aan de tegenstelling nietig-vernietigbaar houden.

§ 183. Bij de bespreking van deze onderscheiding moet men bovendien in het oog houden, dat slechts bepaald aangewezen personen het recht hebben het oordeel des rechters over de vgrnietigbaarheid van een handeling in te roepen. Anders gezegd: de actie tot nietigverklaring van zulke handelingen komt in den regel slechts aan bepaalde personen toe. Deze omstandigheid heeft bijgedragen om het hierboven gesignaleerde, verwarring stichtende, spraakgebruik,, hetwelk vernietigbare en relatief nietige gelijk stelt, ingang te doen vinden. Geheel ten onrechte. Het kan zeer goed voorkomen en komt ook inderdaad voor, dat een nietigheid slechts op verzoek van een of enkele personen kan worden uitgesproken, doch, eenmaal uitgesproken, ten gunste van iedereen werkt. Terwijl men bij de nietigheid van rechtswege dus alleen behoeft te vragen: wie mag zich op die nietigheid beroepen, heeft men bij de vernietigbaarheid te onderscheiden tusschen hen, die mogen vorderen, dat de handeling wordt nietig verklaard (vernietigd) en hen, te wier gunste de uitgesproken nietigheid werkt. Het kan zijn, dat beide groepen samenvallen, noodig is dat echter volstrekt niet. Een huwelijk is nooit van rechtswege nietig. Zoolang het niet nietig is verklaard, behoort ieder, ook de partijen zelve, het als bestaand te erkennen; slechts de in de wet aangewezen personen kunnen zoo'n rechterlijke beslissing uitlokken. Is die beslissing echter gegeven, dan staat vast, dat het van den aanvang af een nietig huwelijk is geweest en mag iedereen zich daarop beroepen. Hetzelfde is het geval met de contracten, die volgens de bepalingen der achtste afdeeling nietig verklaard (vernietigd) kunnen worden. Zoolang de nietigheid niet is uitgesproken van een onder dwang gesloten overeenkomst — en alleen de partij, die onder dwar3 handelde, kan zoo'n uitspraak uitlokken (art. 1490) — zal dus b.v. de crediteur moeten worden toegelaten om mede te deelen 1 in de opbrengst der gelden, welke de door een

1 Door middel van de z.g. oppositie tegen de afgifte der kooppenningen. Zie de^artt. 457 e. v. Rv. in verband met de artt. 481- e. v. Rv.

Sluiten