Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

§ 110. Betaling door niet-belanghebbende 140

„ lil. Vervolg van 110

„112. Aan wien moet worden betaald ? zai

„ 113. Vervolg van 112

„ 114. Waar moet worden betaald ? t.44

„ 115. Wanneer moet worden betaald? 145

„ 116. Wat moet worden betaald? 147

„ 117. Geldschulden . ... 147

„118. „Echte" geldschulden. Wat is geld?. ...... 148

,. 119. Invloed van contractueele bedingen 150

„ 120. Verlies van het recht zich op onvoldoende betaling

te beroepen (rechtsverwerking) t^j

„ 121. Grondslag van de theorie van het verlies van dit

recht I52

„ 122 Toepassing der theorie van het verlies van dit recht. 154 „ 123. Verplichting tot het afgeven eener quitantie ... 155

„ 124. Bewijs van betaling ^5

„ 125. Toerekening van betalingen - • 156

Subrogatie.

„ 126. Wat is subrogatie; subrogatie en cessie 157

„ 127. Gevolgen van subrogatie ■ I00

„ 128. De gesubrogeerde zal vaak ook uit eigen hoofde verhaal kunnen uitoefenen 10I

„ 129. Tot stand komen van subrogatie; contractueele

subrogatie

, 130. Wettelijke subrogatie 164

„ 131. Nemo censetur subrogasse contra se ..... . 168

II. Aanbod van gereede betaling.

,. 132. Belang van den debiteur bij de betaling ... 169

„ 133. Aanbod \an betaling j5q

., 134- Gevolgen van het aanbod 171

„ 135. Consignatie 172

, 136. Gevolgen van de consignatie . . 173

„ 137- Van-waarde-verklaring . .... 174

III. vSchuldvernieuwing.

, 13S. Schuldvernieuwing is een overeenkomst met bepaalden inhoud I7_

, 139. Is iedere contrcctueele wijziging van een verbintenis = schuldvernieuwing? I7g

, 140. Schuldvernieuwing en in-betaling-geven. .... . 179

, 141. Kunnen alle verbintenissen worden vernieuwd? '. 179

Sluiten