Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n

EEN schier eindelooze goederentrein rolde in de vroege morgenschemering van den volgenden dag op een der uiterste zijsporen van het Centraalstation Napels binnen. Op platte laadwagons waren groote hokken vastgesjord, half met zeildoek overdekt; voor de rest stonden er woonwagens en rijdende keukens op, de wielen aan kettingen; meer naar achteren waren nog dierenwagons aangekoppeld. Eindelijk stond de trein daar dan stil en stom onder de duistere stationsoverkapping; slechts de zware locomotief siste nog van mspanning.

Reeds een uur lang had Gottfried Sturm, omgeven door een kleinen vertrouwden staf, op de aankomst van zijn circus gewacht. Thans schreed hij, den artistieken fluweelen hoed diep in de oogen getrokken en den kraag van zijn bijkans tot aan den grond reikenden reis-ulster omhooggeslagen, met zijn gevolg den trein langs tot hij in de lichtere schemering buiten de stationskap, geheel aan het einde, ook nog de gesloten wagons met de décorstukken, requisieten en koffers ontwaarde. Gerustgesteld keerde hij weer om; overal kwam nu reeds personeel naar buiten om een aanvang te maken met het afladen der hokken.

De dieren (hadden zij den voetstap van hun directeur herkend, of waren zij slechts uit hun versuffing gewekt

Sluiten