Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelachen, met een suikerklontje gelokt. Onverbeterlijke lekkerbek, Het het zich geen versnapering ontgaan en moest dan telkens op een drafje zijn plaats weer herwinnen; reeds gedurende zijn intocht op dezen zonnigen morgen wist het al peuzelend den weg naar het hart van het Napolitaansche volk te vinden en ontving ook al zijn bijnaam: „Signor Mangia-tutto".

„Ché carino! Ché amore!" riepen de vrouwen en staarden daarna verbluft omhoog naar de hooghartigstupide koppen der kameelen. „Eh... ché specie di brutte bestie!"

„En waar zijn de olifanten? Zijn er niet eens olifanten bij?!" eischte aan het slot de nooit voldane schare.

Neen, olifanten waren er niet bij. Van deze dure kolossen met hun delicate gezondheid en hooge verzekeringspremie wilde Herr Sturm, na zekere ervaringen, niets meer weten. Op de bonte plakkaten stonden ze nog afgebeeld; daar kostten ze hem niets. Neen: nooit meer olifanten! Maar zestig leeuwen, goed geteld, bracht het circus; met eenigen trots meende de directie op dit unicum te mogen wijzen. Zestig leeuwen, gezamenlijk in toom gehouden door den beroemden Duitschen temmer Saul, den door keizers, koningen en presidenten geridderde. Verder nog panters en...

Op het veld waren in witkalk reeds enkele groote lijnen uitgeteekend; zoo kon men de keukens en wagens dan dadelijk in de voorgeschreven rang-orde opstellen en met het reuzenwerk: het opbouwen van de tent, een aanvang maken. Geüniformeerde circusknechten hielden het terrein vrij.

Ieder kende zijn taak, als in een klein, goed gedisciplineerd leger. Terwijl de bijkoks de keukens opsloegen;

Sluiten