Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beenen behagelijk in te kunnen uitstrekken. Even tastte zijn hand nog naar zijn binnenzak, om zich te overtuigen, dat de paar dozijn invitaties voor de openingsvoorstelling er in zaten.

Hij had zich voor het bezoek aan de redacties en magistraat in jacquet gestoken en er zijn grijze vest met echte parelknoopen bij aangedaan; een nog grootere, kostbare parel glansde in de vloeiende weelde van zijn voornaam geplooide das. Gottfried Sturm ging van de overtuiging uit, dat de den volke voorgetooverde exotische rijkdom van een circus reeds in het gansche voorkomen van zijn leider diende uitgedrukt te liggen - misschien ook was de barokke smaak, dien hij ten toon spreidde, hem van nature aangeboren, tegelijk met zijn aspiratie: eenmaal bezitter van een circus te zijn. Hij placht zijn bruin, krullend haar met brilhantine glanzend te kammen wanneer hij de buitenwereld tegemoet trad. Zijn krachtige vingers (hij was van postuur zwaar en indrukwekkend) waren met bizarre ringen getooid. Zelfs voor de knoopjes zijner smetteloos blanke sous-pieds boven de spiegelende lakschoenen zocht hij zich voor officieele bezoeken juweelen uit.

De wagen reed snel - volgens voorschrift. Men moest er een glinstering van opvangen, meer niet. Wie ging daar voorbij? Direktor Sturm, van het circus Sturm... Zat hij er zelf in?

In de nauwere binnenstad richtte hij zich een weinig op. Voorin, door het coupé-glas van hem gescheiden, zaten Karl, zijn chauffeur, en Wilhelm, beiden in livrei. De menschen keken; hij vond op hun gelaat de gewenschte uitdrukking. Verbazing, vage bewondering... Achter hun hoofden de hem vertrouwde kleurvlek van

Sluiten