Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij naar Mustapha om hem een genoegen te doen.

O ja, Gottfried Sturm voelde zich uitstekend geluimd; tegen ieder, die het maar hooren wilde, verkondigde hij met zijn breede artistengebaar, dat men van 't voorjaar nu ook in overig Europa die malle crisis maar eens overboord moest werpen, want wat had men er aan? De een maakte den ander bang; dat was de heele zaak. „Jullie zijn hier verstandiger menschen; dat zal ik van nu aan overal in de wereld rondvertellen. Gameriere! breng nog eens een paar glazen van dien onvolprezen wijn..."

De Zaterdag- en Zondagavond waren steeds uitverkocht. Dan kwamen de provincialen in de stad; in het circus waren ze ook al onder hun bijnaam ,caffoni' bekend. Boeren uit den omtrek, boerinnen in hun dracht; zij vormden het dankbaarste pubhek.

Van het geld, dat er in de kas overschoot, het Direktor Sturm enkele requisieten vernieuwen, een paar noodzakelijke reparaties verrichten. Na de eerste maand kreeg het gansdie personeel, dat in de laatste tijden zoo vaak z'n gage te laat, of maar gedeeltelijk in handen had gekregen, een extra-tje.

Hij betaalde zijn leveranciers trouw eiken Zaterdag; veroorloofde zich daarbij echter de weelde, hen een paar uur met hun hoed in de handen te laten wachten: ze hepen hem immers niet weg, en als hij hen tenslotte bij zich toeliet, straalde hun gelaat nog steeds zoo vriendehjk als het Napolitaansche Decemberzonnetje.

Slechts den ambtenaar van den fiscus betrok hij niet in die scherts - de vijandschap zat daarvoor te diep. Hij ontving den man dadelijk en sprak hem in een quasi loyalen, voortdurend beleedigenden toon toe, dien de ander als water langs zich heen het glijden. „Hier,

Sluiten