Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neem maar weer mee dat geld: jullie hebt er hard voor gewerkt. Wie zul je plunderen als wij hier niet meer zijn? Dit goeie zaakje houdt voor jullie op wanneer het voorjaar weer in het land komt; vertrouw er maar op. Zie je dit stapeltje brieven? Dat gaat de wereld in, hierheen en daarheen: waar ze ons maar willen hebben 1"

Zoo ging het tot half December.

Toen schreven de kranten over een koudegolf in Noord-Europa. „Wij zitten hier beter dan zulhe daarginds!" zei Gottfried Sturm tegen den Zweedschen kapitein Olavson, toen hij deze berichten las. Het was zijn idéé geweest om hier in Napels te overwinteren, en hij behoefde er tot nu toe geen spijt van te hebben. De andere paar groote circussen, die op dit oogenblik ergens in Europa stationneerden, mochten hem om zijn gouden denkbeeld benijden.

Toen, twee nachten later, kwam een scherpe, koude wind over Napels gestreken, zoodat de op zulk een temperatuurswisseling niet voorbereide dieren rilden in hun hokken en ook de menschen de koude voelden onder hun weinige, dunne dekens.

Den volgenden morgen wekte de zon de stad weer uit haar nachtelijke verstijving, maar in den na-middag sneed dezelfde kille wind opnieuw door de straten en joeg er de menschen uit weg, hun huizen in, die ook niet op de koude gebouwd waren. Wie een kolenbekken rijk was, zat kleumend bij het kleine, glimmende vuur; vélen gingen vroeger dan gewoonlijk naar bed, en daar eigenlijk niemand voldoende dek had, warmde men zich aan een kruik of aan een ouderwetsche bedstoof. De anders steeds druk bezochte café's waren leeg; slechts bij de toonbank kwam men haastig een

Sluiten