Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuk vleesch durfde te komen halen. En toen Sultan slechts nog vertwijfelder te keer ging, maar niet te voorschijn kwam, bracht Saul hem in z'n eer de diepste wonde toe door den naam van Soleiman af te roepen, met wien Sultan nooit geheel op goeden voet had willen staan. De rivaal sprong oogenblikkelijk begeerig naar voren en klapte zijn wreeden muil dicht om het hem toegeworpen stuk vleesch.

Sultan stiet een rauw en vreeselijk gebrul uit. Maar ook de overige dieren verdroegen de bevoorrechting van Soleiman niet. Ze hadden geleerd, dat, na Sultan, Nabob aan de beurt kwam en dan Alexander, en zij duldden geen inbreuk meer op die wet. Werd de vaste rang-orde eenmaal door hun meester verbroken, dan hadden zij allen ook het recht, reeds thans hun brok vleesch op te eischen...

„Nabob!" doorsneed Saul's stem nog juist op tijd het opdreunend, eendrachtelijk gebrul der dieren. „Alexanderl" En redde zich zoo nog voor de onvermijdelijke catastrophe.

Het applaus schalde na de voorstelling door de tent - maar toch niet zoo als Saul gemeend had te mogen verwachten. Hij bezat daarvoor een oor, dat hem niet meer bedroog. Een oogenblik trachtte hij zich nog in te beelden, dat het ruischen van den regen op het zeildoeken tentdak het applaus smoorde, maar ook de duur ervan bevestigde hém, dat hij zich niet vergist had. - Wat wilden de menschen dan?! Had hij zich soms nog meer aan gevaar moeten blootstellen? Hadden de menschen misschien gehoopt, dat hij zich voor hun oogen nog eens opnieuw zou laten aanvallen en neerslaan? Bedauere... dat was dan toch wel iets te veel verlangd.

Sluiten