Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem hadden uitstaan; het waren 200 geen kleine posten, en wat zou een haast onverhandelbaar object als een circus bij liquidatie nu al kunnen opbrengen...

's Avonds, bij de voortellingen, zwierven ze op het terrein rond en zagen het pubhek aanstroomen; buiten leek het nog heel wat, maar in de groote tent gingen een paar honderd menschen als niets verloren. Wanneer de voorstelling begonnen was en er niemand meer opdaagde, kwamen ze bij de bureauhste informeeren hoeveel er ontvangen was, en daar ieder slechts aan zijn eigen vordering dacht, scheen het hun haast onwil, dat men hun niet dadelijk uitbetaalde. De bureauhste, zenuwachtig en geprikkeld onder dit bezoek, weigerde tenslotte de bedragen te noemen; in onredehjke gramschap daarover riepen de schuldeischers er een op het terrein geposteerden politie-agent bij en wenschten het ter kassa berustende bedrag in beslag te zien genomen. De agent, een jong broekje nog, wist niet dadehjk raad met zulk een ongewone opdracht; hij ried den heeren aan, het commissariaat van politie op te bellen - zonder formeele instructies kon hij hier niets doen. De hem door den lompen Sardijnschen slager Ferrazzo toegestopte fooi weigerde hij daarentegen met vastberadenheid; hierin kende hij geen tweestrijd: verontwaardigd wees hij op het insigne van de fascistische partij, dat zijn jongensborst sierde. Van nu aan stond hij aan de zijde van den te hulp geroepen directeur en verzocht de andere heeren heen te gaan. Onder driftig protest en luide dreigementen (welke de politieman bereid was op te teekenen indien signor direttore zulks wenschte) verheten de crediteuren het terrein. Met bezorgdheid zag Gottfried Sturm de gevolgen van zijn korte zege tegemoet.

Sluiten