Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In deze dagen, die zwaar en adembenemend op het circus drukten, vond Jenny Brown, in haar toiletkadje naar een pot rouge zoekend, toevallig een visitekaartje waarop in zelfingenomen krulletters de naam Rambaldo Fittipaldi prijkte, met een juristentitel er onder. Zij moest eerst haar eigen herinnering en die van haar tweelingzusje Fanny (die eigenlijk haar tweelingzusje niet was) te hulp roepen vóór de jonge en hoopvolle advocaat weer voor haar geest verrees.

Zij legde het vinden van dat visite-kaartje (juist op dit oogenblik!) als meer dan louter toeval uit. Ook Fanny was van meening, dat het zijn nut kon hebben om bij een eventueele ineenstorting van het circus op bevrienden rechtskundigen bijstand te kunnen vertrouwen, al was het alleen maar om zijn belangen inzake achterstallige gage beter beschermd te zien tegen de blinde hebzucht der crediteuren.

Zoo schroefde Jenny dan den dop van haar kleine gouden vulpen (die een echte graaf haar eens geschonken had voor bij in Monte Carlo een eind aan zijn leven maakte!) en stelde op rose, geparfumeerd briefpapier, geassisteerd door haar tweelingzusje Fanny, een gedeeltehjk geestig, gedeeltelijk nogal hondsch kattebelletje op met een mysterieus en veelbelovend slot er aan, dat alles weer goed maakte.

Het werd geadresseerd aan den Ulustrissimo Signore Awocato Rambaldo Fittipaldi en zou met God's zegen z'n werk wel doen.

Sluiten