Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apéritif. Toen bleek eensklaps, dat de Sardijnsche slager niet wilde teekenen. In de anderen voer dadehjk weer de onrust.

„Waarom doe je dan geen mond Open en houd je zoo alsof je óók... ?!"

„Omdat men idioten altijd hun gang moet laten gaan."

Rambaldo vouwde rustig het papier tezamen en zei slechts: „Hij teekent niet. Maar ik weet er een, die graag in zijn plaats zal teekenen."

„Zoek dien dan maar op," raadde Ferrazzo hem aan.

Rambaldo lette verder niet meer op den dwarsdrijver, begon als een oud vriend van de anderen afscheid te nemen, verdeelde z'n visitekaartjes onder hen. „Met m'n eerste zaakje kom ik bij jou en bij geen ander, awuca!" zei er een gul en misschien ook wel met de bijbedoeling, den slager te ergeren. Maar de meesten voelden zich onbehagehjk onder het irriteerende gedrag van den Sardijn, die zijn apéritif dronk en, de zware armen over zijn stoeUeuning, in spottend zwijgen voor zich heen keek.

Rambaldo voelde het gevaar; hij voorzag, dat alle moeite vergeefsch zou zijn geweest zoodra hij zijn hielen gelicht had, en dat de gansche schriftelijke belofte nog maar een twijfelachtige waarborg voor de levering zou zijn indien de leveranciers haar niet gaarne en vrijwillig nakwamen. Zoo zette hij dan alles op één kaart, nam de verklaring weer uit zijn portefeuille en wierp ze in plotselinge drift op het tafeltje terug.

„Daar!" zei hij. „Óp die manier hoef ik geen zaken te doen. Dan vind ik er nog anderen..." Hij lichtte zijn stroohoed en wilde snel heengaan, maar een half

Sluiten