Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opwelling van geloof en vertrouwen, aan vroegere, beproefde geldschieters van het circus getelegrafeerdi een S.O.S. rondgeseind - vanmorgen, na een bangen,' slapeloozen nacht, was er nog van geen zijde antwoord gekomen. Slechts had de ochtendpost hem een troostelooze echo gebracht op een zijner vroeger reeds geschreven brieven, waarin hij hier en daar om een engagement voor een reeks voorstellingen had gevraagd. De menschen hadden nergens meer geld om uit te gaan; slechts de bioscopen trokken nog...

De wereld scheen grondeloos duister; nergens gloorde meer een nieuwe morgen; elke verdere strijd leek vergeefsch en dwaas.

Gottfried Sturm had zich vandaag bij het opstaan niet geschoren; hij zag er ook verder verwaarloosd uit; zijn oogen, nachtelijk omrand, stonden onuitgeslapen in zijn bleeke, wat opgezette gelaat. Hij scheen niets meer waard; uit medehjden durfde Rambaldo hem niet aan te zien.

„U zult blij zijn als alles maar eerst afgeloopen is, Signor Direttore," zei hij bij het heengaan, in den wat ongecontroleerden drang, een opwekkend woord tot den gebrokene te richten. En het zich nog de vraag ontvallen: „Wat gaat u nu beginnen als het circus er met meer is... ?"

De ander voelde de bedoeling om te troosten, ontwaakte uit zijn apathie, trachtte zich, in een laatste opwelling van krachten, voor een oogenblik weer tot zijn vroegere, ongenaakbare grootte op te richten.

„Dat hangt van veel af," zei hij, verkoelend. „Onder andere van het bedrag, dat er tenslotte nog voor mij zal overschieten wanneer ze allemaal hun deel van mijn circus hebben gehad..."

Sluiten