Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welk toeval liet hem dien middag Mariuccia tegen het lijf loopen? Maanden lang hadden zij elkaar reeds niet meer gezien. Zij begroette hem met haar gewone jovialiteit, zei, dat ze al eens bij hem zou zijn aangeloopen om hem achteraf nog te bedanken voor zijn vriendelijke uitooodiging van laatst, maar dat ze van alle kanten hoorde, dat hij het tegenwoordig zoo verschrikkelijk druk had! Onder den rand van haar kleinen hoed keek ze hem bijna ietwat spottend aan. Hij antwoordde slechts, dat hij in elk geval voor haar steeds djd zou hebben.

Ze gingen een eindje naast elkaar op straat; haar gezelschap was hem aangenaam, maar hij wist zelf niet waarom hun gesprek een zekere bevangenheid ademde. De menschen keken naar haar om: zij zag er voor Napels wat ongewoon uit. Overigens was ze niet onknap; hij las het in de gredge oogen der passeerende mannen. Ze droeg haar roode japonnetje. Ze had er twee: een rood en een zwart. Het zwarte was voor uitgaansavonden; zij droeg er dan een Venetiaansche sjaal bij, die Eugenio haar van 't voorjaar geschonken had.

Rambaldo overlegde met zichzelf, of hij haar voor vanavond uitnoodigen zou. Iets in hem waarschuwde er hem voor. Toch vroeg hij haar, op het laatste oogenblik, toen zij reeds weer uit elkander moesten gaan. Zij had hem daarstraks uit een vaag gevoel van verlatenheid bevrijd, dat eensklaps over hem was gekomen nadat twee vroegere kameraden op straat langs hem heen hadden gekeken. Ze hoorde zijn uitnoodiging aan zonder er dadehjk en gretig op in te gaan, zooals ze volgens haar aard toch eigenlijk had moeten doen. Misschien dacht ze er even over na waarom hij er nu pas mee op de proppen kwam. „Goed... dan trek ik

Sluiten