Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleden, dat Eugenio haat eens ergens mee heen had genomen, verklaarde ze. Later begon ze ach over iets te ergeren wat haar in Rambaldo opviel: een soort nieuwe waardigheid, waarmee hij zich meende te moeten omringen. Ze zei hem ronduit, dat ze hem vanavond stijf en ingebeeld en om te sterven zoo vervelend vond. Onder een koel glimlachje accepteerde hij het compliment en bedwong den toom zijner gekwetste ijdelheid: hij wilde niet, dat de menschen iets merkten. Ze zei hem, dat ze het programma, dat hij haar voorzette, triviaal vond en oninteressant; ze vroeg hem waarom hij zich dan zoo ingespannen had voor die twee Engelsche misses met hun zotte handkusjes aan het pubhek en hun matige prestaties, en waarom ze allebei naar hem keken toen de een of andere gek in de zaal bloemen gestuurd bleek te hebben. Ze prees hem slechts, dat hij die zeeleeuwen weer aan een emplooi geholpen had; hun kunststukken waren werkehjk una meravigha; naar die brave dieren keek men met meer genoegen dan naar sommige menschen, die zich wat verbeeldden.

Dit alles slikte hij nog, terwüle van de rondomzittenden, maar opeens zei ze, dat hij, nu hij een groot man werd, naar een ander soort meisjes moest gaan omzien dan zij, die toch eigenlijk geen omgang meer voor hem was - en daarbij was zij tacdoos genoeg om met de kin naar een loge te duiden, waar een deftige Napohtaansche familie zat, bestaande uit een moeder in volle waardigheid, een zeventien- of achttienjarige dochter, een halfwassen zoon in lange broek en nog een soort grijze duefia (ter verklaring diene, dat de voorstelling geheel in een eerbaren farnihe-toon was gehouden, ondanks den wat suggestieven naam van

Sluiten