Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staarden ze in hun toekomst, wisten zelf niet waarop ze hier nog wachtten. Soms leefde in hen nog weer de zwakke hoop op, dat hun trouw aan het circus beloond zou worden; dat het in een of anderen vorm toch nog zou kunnen bhjven voortbestaan. Het circus, dat reeds niet meer bestond behalve in hun verbeelding als een metaphysisch, door menschenhand niet om te stooten begrip. Zij wachtten nog op bevelen van hun vroegeren leider, die niets meer te bevelen had en door administratieve bezigheden oneindig in beslag genomen was, er zijn laatste eerzucht in vond, den curator een voorbeeldige boekhouding voor te leggen. Aan deze taak wijdde hij zich met gansch zijn slechts tijdelijk stilgelegde energie; in onbewust zelfbedrog waande hij nog productief werkzaam te zijn en zich te mogen ergeren over den lediggang van anderen; hij voelde in hun gehed overbodig geworden aanwezigheid hier een stomme aanklacht tegen hem, die tot het laatste oogenblik toe zijn plicht en meer dan zijn plicht vervuld en (zooals uit de boeken onomstootdijk aan het hcht zou komen 1) niemand een cent te kort had gedaan. Tenslotte stelde hij hun de driftige, open vraag wat zij hier nog te zoeken hadden nadat de curator hun gisteren op zijn aandrang reeds alle achterstallige gage had uitbetaald. Verward, beschaamd deinsden de mannen voor hem terug. Van nu aan ontweken ze hem. Zij gingen niet. Hier hadden ze, tot den dag der veiling, tenminste nog een dak boven het hoofd. En men kon immers nooit weten wat die dag toch nog voor verrassingen bracht?

Herr Direktor gaf hun soms zelf weer aanleiding tot deze hoop. Er waren dagen, dat hij, in een vleug van nieuw zelfvertrouwen (geboren uit zijn weer opgewekte

Sluiten