Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apentaaltje, en hij moest zes aparte werkkrachten engageeren om de leeuwen te verzorgen...

De Europeesche helpers, die sedert jaren met de dieren vertrouwd waren en zich bij de meeste leeuwen in het hok waagden (de Senegaleezen zouden het bestorven hebben 1) behoorden met hun zessen thans ook tot de groep, die van Saul redding verwachtte. In het begin verdroot het den temmer, dat allen zich aan hem klampten en hem daardoor zijn eigen redding nog bemoeilijkten. Na een paar dagen echter waren zijn gedrongen, vierkante schouders aan de grootere verantwoording gewend geraakt en droegen die rustig en vanzelfsprekend. Hij werd er uiterlijk niet anders door; naarmate hij zijn strijd echter zwaarder en zwaarder zag worden en van dag tot dag naderen, groeide zijn innerlijke kracht tot in het majesteitelijke en gigantische. Op een morgen het hij door zijn mannen de kooi opbouwen, onder den vrijen hemel, op de plaats waar zich eens de arena had bevonden, en nam het leeuwennummer door. Eiken morgen herhaalde hij dit thans, als wilde hij de samenhoorigheid tusschen zijn menschen en dieren en tusschen de zestig leeuwen onderling nog versterken en onverbreekbaar maken. Rondom de kooi stonden volgens programma de Senegaleezen alleen waren zij thans in oude, te nauw zittende winterjassen gestoken of met exotische mantels behangen. De Europeesche oppassers dreven, als steeds, de leeuwen door de aaneengesloten kooiwagens, waarvan men de tusschenschotten had weggetrokken, naar de traliegang, waardoor ze de centrale kooi bereikten. De dieren toonden zich gewilliger dan ooit; ze waren zichtbaar blij, hun hokken uit te komen en hun ledematen weer eens behoorlijk te kunnen strekken.

Sluiten