Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gottfried Sturm nam van deze dagelijksche leeuwenexercitie zwijgend nota - hij voelde zich gekwetst, doordat de temmer, die vroeger nooit ondoordacht jegens zijn directeur gehandeld had, thans geheel buiten hem om en zonder zijn toestemming te vragen zijn gang ging. Nu... misschien dacht Saul zijnerzijds wel weer, dat die directeur hem ontweek, en dat was ook zoo. Gottfried Sturm kon zichzelf deze ongewilde schuwheid jegens zijn temmer alleen verklaren uit een soort schuldgevoel, dat hem bedrukte; sedert Saul's sensatie-optreden met den verrader Sultan droeg hij dat reeds in zich rond, en het was erger geworden in dien ellendigen stormnacht, waaraan hij maar liever niet meer dacht.

Den tweeden dag, toen Saul zijn „nummer" weer beëindigd had, werd Gottfried Sturm eensklaps onweerstaanbaar naar hem toegedreven: hij voelde de wat dwaze behoefte om zijn trouwen temmer alsnog toestemming voor het houden van deze repetities te geven. Hij wilde de onbewust verwonderde bhkken der zwarten niet opmerken, wilde weer een paar gewone woorden met Saul spreken, prees hem voor zijn goede denkbeeld: zijn dieren en zijn menschen bezig te houden in deze verlammende periode van afwachten.

Saul hoorde hem aan en keek een anderen kant uit. Bedrukt, verward zocht Gottfried Sturm nog weer naar ^n ^rvollen aftocht. Later maakte hij zich driftig, kon in zijn zoo voorbeeldige administratie den weg niet meer vinden, ijsbeerde in zijn kleine vertrekje heen en weer. Wat had Saul hier over hem recht te spreken?I Was Gottfried Sturm hem soms verantwoording schuldig? Hier, in zijn grootboek zou het staan te lezen: of hij een goed en fatsoenlijk directeur voor hen allen was

Sluiten