Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantal vreemdelingen aangevoerd, villa-bewoners van dat blanke Moorsche eiland met z'n stille tuinen. Uit Positano, Sorrente, Amalfi waren ze gekomen, de nieuwsgierige vreemdelingen; een spleenige Engelschman had zich vast in het hoofd gezet om de twee mooiste en grootste Senegaleezen te koopen; hij was diep teleurgesteld toen hij ze bij den inventaris niet aantrof. Nog een paar andere vreemdelingen hepen op het terrein rond: zij hadden een actentasch bij zich en zagen er uit, alsof ze een nog verdere reis hadden moeten maken. Een stralende morgenzon bescheen het veld.

Dit gunstige weer was geen onbelangrijke factor. De veiling zette onder een goed omen in. Men had het programma smakelijk opgemaakt; ook hierin had Rambaldo zijn deel gehad. Om er dadehjk de goede stemming in te brengen, als hors d'oeuvre zoo te zeggen, het men het allereerst signor Mangia-tutto onder den hamer komen. Het dier was met rozetten feestelijk opgetuigd en balkte van opwinding. „Ziehier de eenige ezel onder ons!" riep door zijn megafoon de afslager, die in Napels een beroemdheid was. „Alle andere geeerde aanwezigen zijn schrandere menschen, die zich de kans van hun leven niet zullen laten ontgaan om een geleerden ezel in hun bezit te krijgen, een pronkjuweel van een beest, dat alleen reeds door z'n zoo apart velletje de vijfhonderd hre waard is waarmee we hem inzetten. Inzetten, heb ik alleen maar gezegd! Want het zou Napels tot eeuwige schande en oneer strekken, mijne patriottisch gezinde dames en heeren, wanneer om zulk een intelligent, mooi en zeldzaam dier geen nieuwe Trojaansche oorlog ontbrandde, met dooden en gewonden! Bekijk hem goed! Een sieraad

Sluiten