Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI

ZESTIG leeuwen (waaronder twee moeders met welpen) en derden kameelen waren van de veiling overgebleven. Verder de kooiwagens, de centrale kooi - dit alles had Rambaldo niet zonder eenige moeite van de inventarislijst weten te houden.

Nü stond de kooi opgebouwd op den het minst aan den noordenwind blootgestelden hoek van het groote veld achter den Albergo dei poveri; kringvormig er omheen waren de kooiwagens gerangschikt, die 's nachts met zeildoek werden afgedekt. Zoolang God hen voor een nieuwe koude-periode behoedde, was deze maatregel voldoende.

In een aangrenzende loods, die eens voor de berging van gemeente-werktuigen gediend had, sliepen de Senegaleezen, en hoewel het niet vroor, rilden ze 's nachts onder hun als deken uitgespreiden mantel en moesten 's ochtends eerst in de zon ontdooien voor ze hun ledematen weer konden gebruiken. Saul, ongekroond heerscher over deze donkere nomaden, was in een aan de loods gebouwd opzichterskamertje gehuisvest, terwijl de zes Europeesche oppassers in een leege bergplaats van den Albergo dei poveri een onderdak hadden gevonden. De kameelen brachten den nacht onder den vrijen hemel door.

Sluiten