Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem omtrent den leeuwentemmer verteld had, die in dezen tragischen ondergang, waaraan hij toch werkehjk onschuldig was, zijn levenswerk verdedigde. De beide noordelijke gestalten van den in zijn administratieve verantwoording zoo pijnlijk nauwgezetten directeur en van dien zwijgzamen „Saul" waren hem bovendien persoonlijk oneindig sympathieker dan de alleen maar achter hun geld aanloopende horde van kleine Napolitaansche burgers, waarmee hij reeds zijn gansche leven, meer dan hem hef was, te maken had gehad. Zoo meende hij met zijn zestig jaren deze aangelegenheid dan eens van haar menschehjke zijde te mogen behandelen en trachtte de opgewonden leveranciers tot wat matiging en vooral ook tot wat naastenliefde te bewegen. Tenslotte kon men Saul toch een kans laten, zoo lang hij zelf nog op een kooper voor den ganschen troep hoopte. Een week kon men hem toch nog gunnen 1 Gedurende die week moest men den dieren dan natuurlijk ook voedsel sturen. Ten eerste was de waarde der leeuwen daarvoor toch altijd nog een borg, en ten tweede zouden de heeren als goede Christenen de voldoening smaken, de existentie van een moedigen leeuwentemmer en zes wakkere oppassers niet juist in de eerste week van het nieuwe jaar vernietigd te hebben.

De curator sprak rustig en met het overwicht van een oudere, wijzere; de kleine brandstofhandelaar Carducci kwam er zoo van onder den indruk, dat hij op ditzelfde oogenblik Saul en zijn leeuwen liefst zijn ganschen voorraad brandmateriaal gestuurd zou hebben. Het ging hier echter niet om brandmateriaal; het ging om vleesch voor de leeuwen. En daarom nam Ferrazzo dan ook het woord en betoogde, dat de crediteuren warempel reeds genoeg van hun goeden wil

Sluiten