Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Olavson, geheel onder den ban der wonderlijke eendracht, die hij bier voor oogen had. Hij trachtte de oppassers, tenslotte zelfs de Senegaleezen uit te hooren naar hun geheim, ervoer daarbij slechts, dat er van positieve uitzichten ook bij hen geen sprake was, zoodat hun haast magische aaneengeslotenheid slechts te verklaren viel uit een onwrikbaar geloof in hun leider. Op dit geloof was kapitein Olavson misschien nog het diepst afgunstig. Hijzelf had geen geloof meer. Hij had nergens heen geschreven, omdat hij toch wel wist hoe overal in de wereld de zaken stonden. Hier was geen emplooi meer voor hem, en in het buitenland... hoogstens als hij persoonlijk met dezen of genen bevrienden variété-directeur kon spreken! Maar dan moest hij eerst geld hebben om er met zijn zeeleeuwen heen te kunnen reizen, en wat kostte het transport niet? Zoo restte hem dan niets anders dan hier te bhjven en te wachten, zonder dat hij wist waarop. Hij was de eenige werkehjk vertwijfelde daar op het groote veld achter den Albergo dei poveri. 's Ochtends, nadat hij het water voor zijn zeeleeuwen ververscht had, dwaalde de als een boom zoo lange Zweed den havenkant uit, keerde tegen het middag-uur met een groote mand van de goedkoopste visch terug, voerde er zijn dieren mee en bakte er wat van voor zichzelf. Tegen de schemering lokte de haven hem dan weer weg. Uren aaneen zat hij in een osteria op de kade droefgeestig achter een glas wijn te staren en luisterde, of de matrozen, die er voorbij kwamen slenteren, soms Zweedsdi spraken. Soms trof hij op deze wijze een paar landslieden, hield hen een rondje vrij en sprak met hen over Stockholm en andere steden, die zij en hij kenden, en over de miserabele tijden. De mannen van Saul, die geen glas

Sluiten