Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had gelokt en hem thans, gekruid door een 200 eigene en grootsche tragiek, nog dieper bedwelmde.

Toen hij Saul eindelijk te spreken kon krijgen, trachtte hij zijn innerlijke verwarring te verbergen en zei slechts:

„Als u al optreedt, signor Saul, maakt u het dan tenminste bekend! En doet u het op een uur, waarop u een betaalkrachtiger publiek verwachten kunt dan wat daar nu buiten staat!"

De temmer ging niet in op wat hij slechts voor een goedkoope aardigheid hield; het zou vruchteloos zijn, hem te trachten te bewegen dit dagelij ksch oefenen met de leeuwen tegen een kleine entrée toegankehjk te stellen voor de nieuwsgierigen en de lanterfanters. Saul zou er een prostitutie van zichzelf en zijn ernstige kunst in gezien hebben.

„Zoo, ja... komt u eens kijken?" zei hij gedrukt. „Men stuurt ons voor de dieren geen brok vleesch meer. We hebben ze nu vier dagen lang zelf gevoed, maar voor morgen is er niets meer."

De temmer brak zijn woorden af - dat was alles wat hij te betichten had. Rambaldo moest zelf maar zien wat hij hierop zeggen wilde. Of bij lust gevoelde, zich de onverkwikkelijke situatie in te denken. Saul keek een anderen kant uit; men moest zijn staalharden kop goed kennen om er de radeloosheid van af te lezen.

Als Saul zich in toom hield - Rambaldo wilde niet minder zijn. „Signor Saul," zei hij, „we zullen door middel van de Corriere di Napoli een beroep moeten doen op het Napolitaansche volk om de leeuwen zoolang te voeden tot er een kooper voor komt opdagen."

Wantrouwend, ongeloovig hief Saul na dit verbluffend voorstel van den jongere het hoofd op. Bevreesd

Sluiten