Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ontwerp voor een ingezonden stuk in de Corriere di Napoli.

Enkele minuten later zat hij in een stillen hoek van een weinig bezocht café, waar geen zijner cliënten (ook niet de cliënt, met wien hij om half tien een samenkomst had afgesproken), hem zoeken zou, aan zijn stukje te schrijven.

Het moest de steenen van Napels onderstboven keeren. Op een of andere wijze moest het ook een steek tegen de overheid inhouden. Elk ingezonden stuk, dat kans op volledig succes wilde hebben, diende tevens een aanklacht tegen de gemeente, de secretarie te zijn, van wie elk rechtgeaard en dus vrijheidsdorstig Napolitaan wel eens de een of andere vernedering of ergernis ondervonden had. Gelukkig behoefde Rambaldo het ditmaal niet ver te zoeken. Onder den titel:

„Leeuwen hongeren in Napels/" schreef hij bij wijze van motto:

„en de terreinhuur gaat voort."

Om daarna te beginnen: „Het volk van Napels vereffene de schuld der Secretarie 11 Hoort, wat er in onze stad..."

Een uur later had Rambaldo het stukje reeds bij de redactie afgegeven, die er dadehjk enthousiast voor was en hem op handdruk beloofde, het dezen avond nog in haar kolommen te zullen opnemen.

Het was in zijn soort meesterhjk. Het ontroerde, het ontvlamde, het woelde den alom stil gedragen wrok tegen de plaatselijke bureaucratie op; het appelleerde in rotsvast vertrouwen aan den Napohtaanschen nationalen trots. Rambaldo had het geschreven terwijl de tranen hem over beide bruine wangen rolden.

Sluiten