Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo bracht Rambaldo dan in haar tegenwoordigheid over wat Ferrazzo en Benozzi hem gezegd hadden. Saul, tevoren reeds stil, werd nog somberder.

„Dan is het uit," zuchtte hij tenslotte. „Ik heb op m'n brieven nog niets gehoord... niemand schijnt ons meer te willen."

„Troost u, signor Saul, zullen ook niet gauw iets hooren."

„Wie?" vroeg madame Sylvia, maar de mannen sloegen geen acht op haar. De temmer keek snel naar Rambaldo op. „Je bedoelt, dat ze niet gemakkelijk meer koopers zullen vinden?"

„Als u 't mij vraagt: neen. Ze zullen er een paar advertenties aan wagen, maar... de dag na de veiling was daarvoor gunstiger geweest. Waar zitten de koopers nu? Weet u het?"

Saul haalde diep adem. „Goed," zei hij, een weinig oplevend, „dan zullen ze nu tenminste voedsel voor de dieren moeten sturen 1"

Rambaldo kwam deze gevolgtrekking te optimistisch voor; hij wilde den temmer echter niet onnoodig verdrieten en zweeg daarom. Saul kwam dit zwijgen dadehjk verdacht voor; hij keek voor zich uit en barstte eensklaps in lang opgekropte gramschap los: „De dieren moeten er dus voor gestraft worden, dat niemand ze meer koopen wil! Als ze ze tenminste weer naar Afrika terugzonden! Waar ze weer voor zich zelf konden zorgen, inplaats van in een ellendig hok te moeten verhongeren! Br zou al tevreden zijn als ik m'n dieren weer in de wildernis mocht terugbrengen. Dan zou ik zeggen..."

Zijn woorden werden onverstaanbaar; hij schraapte z'n keel. „Dan zou ik zeggen: Leb wohl, Mustapha..."

Sluiten