Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er lag in de harde stem van den temmer iets, dat Rambaldo onzegbaar aangreep; anderzijds zag hij eensklaps redding nabij, want als door een bliksemflits werd bij zich bewust welk een weergaloos opschrift voor een nieuw ingezonden stuk de laatste woorden van Saul vormden.

„Dan zou ik zeggen: leb wohl, Mustapha... 1" En daaronder een oproep tot het grootmoedige Napolitaansche volk om het den grooten Duitschen temmer Saul mogelijk te maken, met zijn leeuwen naar de Sahara af te reizen en zijn dieren de vrijheid terug te geven. Het deed er niets toe, dat alles natuurlijk maar een bluf was; zoo diep dacht het krantenlezend pubhek niet na. Als het maar gaf, had Saul tenminste weer wat voor zijn leeuwen.

In zijn opwinding over het prachtige denkbeeld drukte hij zijn tengere hand een oogenblik beschermend op den harden schouder van den temmer en zei: „Laat u mij nog eenmaal mijn gang gaan, signor Saul! Ik heb daarvoor alleen een portret van u noodig, dat ik in de krant kan afdrukken!"

Saul aarzelde, voelde zich door Rambaldo's woorden in een bespottelijk daghcht komen. Hij geloofde niet meer in het Napolitaansche volk, dat hem na drie dagen weer geheel had laten zitten. Zou er nu nóg weer eens een beroep op gedaan worden? Zijn zin voor redelijkheid overwon echter in hem: bij was tegenover zijn dieren en zijn menschen niet verantwoord wanneer hij niet dankbaar inging op alles wat tot zijn redding ondernomen werd. Zoo trachtte hij dan zijn schaamte zoowel als zijn verbittering te verbergen terwijl bij langzaam heenging om in zijn koffer nog ergens een portret te zoeken.

Sluiten