Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een paar leeuwen waren als gevolg van de slechte voeding ziek geworden en lagen, reeds geheel verzwakt; men moest ze verplegen en had veel zorg met hen. Mustapha stortte opnieuw in. Carmen, een driejarige leeuwin, wierp in deze dagen voor de eerste maal jongen. Ze werd met goed vleesch verwend, likte ijverig haar beide bhnde welpen, legde zich op de zijde om ze te zoogen, sloot in volkomen moedergeluk de oogen en toonde zich onberoerd door al wat er om haar heen geschiedde.

De andere dieren brulden, zonder ophouden.

Overdag hoorde men het in de stad niet, door het ratelende, tjingelende, toeterende verkeer. Maar wanneer het stil werd in het avonduur, woei de klacht der hongerenden over de stad. Den ganschen nacht ging het zoo door, als lag Napels verloren aan de grens der Lybische woestijn.

In de naaste omgeving van het veld vernam men boven het gebrul der leeuwen en panters uit het woedende, vertwijfelde janken der zeeleeuwen. Slechts de kameelen, geschapen om in deze wereld dorst en honger te dulden, weken aaneen, verzwegen hun nood; hooghartig staarden ze over het verlaten veld en kauwden op enkele bruine grassprietjes, die ze ergens uit den winterschen bodem hadden getrokken; zij kauwden en maalden een uur lang op die paar grassprietjes en heten geen klacht.

De leeuwen en panters echter protesteerden ongeduldig, hartstochtelijk, bloeddorstig tegen het onrecht, hun aangedaan. De magere snordersbiekjes, die bij het .station met droefgeestig hangenden kop op een laat vrachtje stonden te wachten, luisterden zorgehjk naar het verre gerucht als naar het onderaardsche grommen

Sluiten