Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goed, in dat geval kom je niet bij mij. Ik wil ze alle zestig bij mekaar - en anders niet. En ik betaal niet meer dan vijftigduizend, cash down. Ik reken er echter op, je vanavond in m'n hotel nog wel te zien. Tot middernacht ben ik te spreken. Dan ga ik slapen..."

Mister McCann stond op en legde z'n visitekaart op tafel neer; Rambaldo deed hem zorgelijk uitgeleide. Nauwehjks echter was de auto om den hoek verdwenen, of hij griste zijn hoed van den spijker, wierp zich in een taxi en kwam in den reeds vroeger beschreven staat bij de schuldeischers aan. Nadat hij een kort verslag had uitgebracht, waren zij er niet beter aan toe dan hij. Ze renden de straat over naar den Sardijnschen slager. Signora Ferrazzo, omringd door haar nog kleine kinderen, zei, dat haar man met barstende hoofdpijn te bed lag. Zoo drongen ze dan langs haar heen tot in zijn slaapvertrek door, en daar lag hij ook, het hoofd in natte doeken gewikkeld, en staarde hen aan: ze maakten op hem den indruk van een troep waanzinnig gewordenen. Benozzi, die hem het nieuws overbracht, hep het zweet tappelings over het kleurlooze gelaat. Pas na een oogenblik scheen de slager te begrijpen; toen bevrijdde hij zich door een vreesehjken vloek en sprong uit zijn bed overeind. Terwijl hij zijn kleeren aanschoot, vloekte hij aan één stuk door - hij scheen zich nog slechts in vloeken te kunnen uitdrukken. Carducci hield zijn broek voor hem op. Ferrazzo rukte zich de natte doeken van het hoofd en rende allen voor, naar buiten; zijn vrouw slaakte een gil toen ze hem zoo de straat op zag ijlen; ze stond juist een heer te woord, die zich beklaagde, dat iemand, die hier binnen was gegaan, zijn hoed had meegenomen.

Sluiten