Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twintighonderd dollar op tafel gelegd - zal me benieuwen wat jullie overtocht me nog gaat kosten. Laat me nou eerst de dieren maar eens kijken: of ze nog kunnen brullen na al die dagen. Ik hoor ze niet meer; dat maakt me ongerust. Voor het brullen betalen de lui! Wat zie ik daar: kameelen? Moet ik er ook bij hebben! Pracht-idée krijg ik daar net!"

Saul leidde hem langs de leeuwenkooien, noemde hem nu en dan den naam van een dier, dat over de rest van een bot lag te soezen. Mister Jeffries knikte goedig bij eiken naam, en eensklaps scheen hij er zich zelf nog een te herinneren. „Waar is Ah Baba?" vroeg bij. „Dat was toch je speciale vrind? Mustapha, natuurlijk, zei ik wat anders? Wat: ziek geweest? Nog altijd niet weer heelemaal de oude? Zeelucht zal hem opknappen. Heeft mij ook opgeknapt. Wat heb je daar nog? Panters? Heb ik niet noodig."

Hij zag den ouden Karl niet, die zijn uniform had aangetrokken en discreet-rampzalig bij de kooien in de houding stond. Mster Jeffries wendde zich in het voorbijgaan juist verwonderd naar Saul om: „Madame Sylvia? Die ken ik, beweer je? Madame Sylvia... ? Ah...! Die toen waschbeertjes had! Zeg dat dadehjk! Zit die hier ook ergens? Vraag haar eens, of ze zich Jeffries uit Buffalo nog herinnert." Hij knipoogde vergenoegd, maar Saul was niet de goeie voor zooiets.

„Morning, gendemen," zei mister Jeffries tot de Senegaleezen, die van een afstand stonden toe te zien. Aarzelend, wantrouwend knikten ze terug.

Een oppasser kwam waarschuwen, dat er iemand van de secretarie was, die naar signor McCann vroeg. „Ask the fellow what he wants," droeg deze Rambaldo op. „Wat? Op het gemeentehuis komen? Goed, dan

Sluiten