Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hijsen mij dan ook maar op een kameel. Ik heb er al eens op gereden, om de pyramiden heenl"

Hij wendde zich tot Rambaldo. „Nou, en wat wou die vent nou van me, die niet de burgemeester was? In drie dagen moet ik hier weg wezen? Ik wil niets liever, zeg 'm dat maar. Ik heb daarstraks al naar een paar scheepvaartmaatschappijen en cargadoors laten bellen, maar ze willen hier allemaal geen geld verdienen. Als het kisten met raapstelen waren, graag, maar tegen leeuwen hebben ze wat... Hier, dat heb ik de lucht ingezonden." Hij diepte een verfrommeld papier uit zijn zak op; het was de doorslag van een radio-oproep aan de zich in de buurt bevindende vrachtschepen. Welke trans-oceaner van 2000 tonnen minimaal, die vóór Zaterdag nog Napels aandoet, is bereid zesdg kisten levende waar voor The South-States te laden?"

Rambaldo staarde op het radio-telegram: zooveel Amerikaansche voortvarendheid bracht hem in stomme verrukking, en hij verzocht het afschrift te mogen houden om het aan de redactie van den Corriere di Napoli voor te leggen, die het stellig gaarne zou publiceeren. „Sure," zei mister Jeffries ongeïnteresseerd, zijn aandacht op een zwaargebouwd heerschap vesdgend, dat wat onzeker hun tafel naderde en niemand anders dan Ferrazzo bleek te zijn. De Sardijn begroette hen, boog zich daarop schor fluisterend tot Rambaldo over zonder zich door de ijzig koele ontvangst te laten afschrikken, die hij van dezen genoot.

„Wat wil die fellow?" informeerde mister Jeffries.

„Hij zegt, dat hij vanmorgen het vleesch voor de leeuwen heeft gestuurd," antwoordde Rambaldo beschaamd en woedend.'

Sluiten