Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeuwen van den Duitschen temmer Saul konden zijn.

„En wat had jij gedacht, captain?" vroeg Jeffries. „Zestig kisten Livomo-kippen? Dat we daarvoor een radio-telegram rondstuurden? Hier, kijk dezen man aan. Die gaat mee en zal er voor zorgen, dat jij rustig slapen kunt. Overigens zul je bhj zijn, dat je nog geen deklading hebt, want je krijgt een regiment paarden en ezels mee - nou zie je meteen, dat de leeuwen niet langer zullen behoeven te hongeren. Kameelen hebben we ook nog bij ons: dertien stuks. Verder een dozijn niggers, een half dozijn panters, onder toezicht van deze dame..."

De Griek greep zich in de haren. „We worden het wel eens," suste Jeffries hem en presenteerde sigaretten uit zijn gouden koker. „Betalen zullen we je goed; je reeders vallen je nog om den hals als je weer thuis komt. Maar daarvoor moet je madame ook zoolang je kajuit afstaan. Onmogelijk? Je weet niet waar je dan zelf slapen moet? Je vergeet, dat er op elke brug nog een loodsbed is. Als je nou zoo begint... hier, voor mister Saul moet je ook nog een bed vinden; een van je stuurlui wil wel zoolang plaats maken. Over mij hoef je niet bezorgd te zijn: ik slaap wel op een bank in de kajuit als madame er geen bezwaar tegen heeft. En de zeven oppassers voor de leeuwen en de panters breng je op een schip als het jouwe gemakkelijk onder. Een mooie, een goeie schuit... ik heb het al gezien. Het wordt een best zaakje voor je, ouwe jongen, en je zult niet zoo dom zijn, het af te slaan. Vooruit, laat je condities maar eens hooren en zet ons een Griekschen wijn voor. Van dien bitteren, dien je na een uur nog proeft..." De kapitein zuchtte, zond den kajuitsjongen om een

Sluiten