Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m'n zeeleeuwen!" - ^Natuurlijk neem ik je; je gaat mee; ik vind nog wel een job voor je." Olavson staarde hem aan, rukte hem bij den arm. „Jeffries! God zal het je loonen! Sturm is naar Duitschland afgereisd en heeft me bier zoo maar laten zitten, terwijl hij toch wist..." Plotseling begon de Zweed als een kind te huilen; allen klopten hem troostend op den schouder en vulden zijn glas weer.

De weekheid van den ongdukkigen Zweed had op Jeffries een omgekeerde, stimuleerende uitwerking. Hij vroeg den stuurman, of deze langzamerhand nog geen lust had om maar eens op te stappen, omdat het toch al laat was. De stuurman had er nog niet den minsten lust in, maar iets in Jeffries' toon het hem van gevoelen veranderen. „Ja, als we allemaal gaan...?" zei hij vreugdeloos. Madame Sylvia sloeg haar Sphynxenblik neer, toen ze hem zoo laf zag.

Zoo stapten ze dan gezamenlijk op. Jeffdes, met breed gebaar, betaalde wat er te betalen viel. Buiten, in de koele nachtlucht, pakte hij zijn „Syllie" in de bescherming der duisternis zoo stevig bij den pols, dat zij een zachten, verschrikten kreet niet onderdrukken kon. En zei haar rustig: „Voor vanavond is het nou genoeg geweest, begrepen? Ik ben je blijkbaar heelemaal niets meer? Aan boord kun je nog een week lang met hem flirten..."

Sluiten