Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die bitterheid is zóó opvallend, schrijft Rumphius. dat de Chineesche handelaren den steen keuren, door dien even in de gesloten hand te verwarmen, en daarna op den arm te zuigen; nemen zij dan een bitteren smaak waar, dan is de steen echt.

„De onze hebben dit nagedaan, maar het schijnt, dat onze tongen te dik zijn, of dat deze proef niet altijd vast gaat", zoo wordt leukweg opgemerkt.1)

Tavernier, die, zooals reeds gezegd, op het punt van bezoarsteenen geen,onbelangrijke getuigenis i* vertelt over den bezoar van het stekelvarken, dat die gewoonlijk; ia het hoofd van dit dier werd aangetroffen, en dat die als tegengift nog beter zou voldoen dan de classieke bezoar. Gedurende een .kwartier in het water gehouden, werd dit zóó bitter, ,,qu'il n'y a rien au monde de si amer". Een andere steen, uit de ingewanden van hetzelfde dier/voortgekomen, bezat gelijke eigenschappen, maar verloor niets van zijn gewicht, wanneer men hem in het water legde, terwijl de eerstgenoemde in dat geval lichter werd. Verder verhaalt deze reizigerjuwelier, dat hij drie dezer kostelijke steenen kocht en voor een daarvan 500 kronen moest betalen. 2)

De bovengeciteerde teksten worden door de meer recente mededeelingen van Hart Everttt aangaande den stekelvarkens-bezoar (goeliga landak) van Serawak (N. W. Botneo) deels bevestigd, deels aangevuld. Zoo vermeldt hij, dat de opvattingen der Maleiers aangaande de afkomst van dezen bezoar zeer uiteenloopen: sommigen zeggen, dat hij alleen in de maag en het darmkanaal, anderen, dat hij slechts in het hoofd, en weer anderen, dat hij op elke plaats van het lichaam, tot zelfs in de pooten van het^ékt kan worden aangetroffen. De prijs der steenen wordt bepaald naar gelang van hun gewicht en hun meerdere of mindere zeldzaamheid. Schrijver zag een exemplaar ter waarde van $ 100, dat rond en zoo groot was als een middelmatige sinaasappel. De oppervlakte van dezen goeliga landak was brons-bruin van kleur, glad en glanzend, en hier en daar van kleine uitsteeksels voorzien. Van twee andere kmfaAr-steenen, die hij onder de oogen kreeg, had de eene een blokvorm en een helder groene tint, terwijl de andere chocolade-klettfig was. „and could best be likened in form to a constable s staff". Een der steenen bleek bij opening van binnen

1) G. E. Rumphius, ta.p. blz. 298. a) Les six voyages t.a.p. blz. 410.

Sluiten