Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor wat Siak betreft licht Hijmans van Anrooy ons aldus in: „De goeliga, die in Siak tot de lacangan radja wordt gerekend, is een ingewandssteen van een soort stekelvarken, dat vooral aan de Boven-Mandau wordt gevonden. De Sakei's zijn de eenigen, welke deze steenen inzamelen.' die zij dan gedeeltelijk als belasting, gedeeltelijk als barang larangan, den Sultan moeten aanbieden. In theorie moeten zij alle goeliga's, die zij vinden, aan den Sultan afdragen, doch in de praktijk wordt het grootste aantal clandestien aan Maleische of Chineesche handelaars verkocht, of tegen handelsgoederen geruild. De goeliga's vertegenwoordigen, al naar hunne grootte, eene waarde van $ 40 tot $ 600. De waarde van goeliga's is niet evenredig aan hunne zwaarte, maar de waarde stijgt veel sneller dan het gewicht, evenals bij de berekening van den prijs van edelgesteenten. Als bijv. een goeliga 1 ringgit (8 ma jam) weegt, dan kost hij $ 600, en weegt hij maar 3 majam, dan geeft men er niet meer dan $ 100 voor. Voor bijzonder groote goeliga's worden buitensporige prijzen betaald. De Sultan van Siak bexit een exemplaar dat $ 900 waard moet zijn. Er wordt aan de goeliga's een sterke geneeskracht tegen borst- en ingewandskwalen toegeschreven, doch hunne groote waarde ontleenen zij vooral daaraan, dat zij gezegd worden een sterk aphrodisiacum te zijn, als hoedanig ziji-ih een zakje op den navel gebonden, of als zeer zwakke oplossing worden aangewend." 1)

Nevens den Stekelvarkensbezoar (de „opregte Varkenssteen") noemt Rumphius nog dien van het wilde varken (de „gemeene Varkenssteen") afkomstig.

Deze werd in zijn tijd door de binnenlandsche stammen van Borneo naar Soekadana en Sambas (Westerafdeeling) gebracht en daar door de strandbewoners opgekocht. „Deze is grooter dan de voorschrevene (n.I. dan de Stekelvarkensbezoar), ligter en zoo ros niet, maar vaal, als een half gebakken steen, zoo glad niet. en moet wel 6 uuren in 't water leggen, eer het bitter word."'flij een proefneming met eenige Varkenssteenen, uit Ende (ZuidFlons) afkomstig, bleek hem, dat dit bitterwater naar Slangenhout smaakte, waaruit R. meende te mogen concludeeren „dat de varkens de wortelen van Slangenhout eeten, en dat het Slangen-

*) H. A. Hijmans van Anrooy: Siak Sri ladrapoera, Tijdschr. Bat: Gen dl 30 1885, p. 276 vg.

Sluiten