Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook door meer recente berichten, vrij nauwkeurig georiënteerd zijn. Alleen omtrent de vraag, welke van de op dat eiland voorkomende aapsoorten den bezoar opleveren, zijn we nog in het onzekere.

De zendeling Hardeland noemt als bezoar-aap „een grijszwarte apensoort met langen staart", boehis genaamd.1) Blijkens de Encyclopaedie van Ned. Indië behoort dit dier (met den neusaap) tot de z.g. Slankapen (Semnopithecinae), die in troepen in de bosschen van de kust tot op aanzienlijke hoogte in het gebergte leven. Behalve door hun slank lichaam en langen staart zijn deze slankapen vooral gekenmerkt door den eigenaardigen bouw van de maag „die uit drie afdeelingen bestaat, waarvan de beide laatste een aantal uitzakkingen bezitten. Deze gecompliceerde maag staat in verband met den aard van het voedsel, dat meer uitsluitend dan bij andere apen uit plantendeelen bestaat." 2)

Ook de door Hart Everett bedoelde concreties, uit Serawak afkomstig, waren verkregen „from a red monkey (a species of Semnopithecus." 8)

Elders vinden we het volgende: „In the interior of the Rajang district kt Borneo are two species of monkey, which produce the batu nakit, or bezoar-stone. One is large and black, with a long tail, called nakit; the other is large and red, but has no tail and is called baai." 4)

De door den toenmaligen Kapitein O.I. Leger H. A. H. Henriquez Pimentet uit Apo-Kajan (Céntraal-Borneo) medegebrachte, en in 1924 op de Ethnologenbijeenkomst te Amsterdam vertoonde, apenbezoar's waren volgens hem afkomstig „van een zekere soort

*) Dr. A. Hardeland: Dajacksch-Deutsches Wörterbuch, 1859, I.v. batu. Ook Carl Bock vermeldt (t.a.p. blz. 88), dat de apenbezoar volgens de Dajaks gevonden wordt in verschillende lichaamsdeelen eener aapsoort, die in het binnenland boehies heet, de Semnopithecus cristatus; zij is groenachtig bruin, dikwijls zeer glanzend en meestal niervormig.

*) Encyclopaedie v. Ned. Indië, 2e dr. (1919), dl. III i. v. Slankapen. In den lsten dr. (1896) v. h. zelfde werk, dl. I i. v. „aap" p. 2 lezen we nog het volgende: „In de magen en ingewanden van sommige apen worden de z.g. Bezoar-kalksteenen of -ballen gevonden, waaraan tegen uit- en inwendige vergiftigingen eene buitengewone geneeskracht wordt toegeschreven. Merkwaardig is het, dat die ballen, welke in de magen der Slankapen en in het bijzonder der Neusapen gevonden worden, door de inboorlingen als behoorende tot de fijnste en beste qualiteit, hooger geschat worden dan alle andere Bezoarsteenen."

3) A. Hart Everett: t.a.p. blz. 56.

4) E. Balfour: The Cyclopaedia of India, 3e dr., 1885, dl. I i. v. Bezoar.

Sluiten